Nieuw Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen aangenomen. Wat betekent dit voor uw onderneming? 

15.03.2019

Vennootschapsrecht en M&A WVV vennootschap vereniging BV NV CV maatschap kapitaal bestuur stemrecht

De wet die het nieuwe Wetboek Vennootschappen en Verenigingen (WVV) invoert en dat op 1 mei 2019 in voege zal treden, werd onlangs in de Kamer goedgekeurd.

Zoals eerder gemeld, voert dit WVV een grondige hervorming in van het Belgisch vennootschaps- en verenigingsrecht.

De doelstelling van de hervorming bestaat erin om het vennootschapsrecht te vereenvoudigen en te moderniseren. Zo hoopt de regering België aantrekkelijker, en dus competitiever, te maken als vestigingsland van ondernemingen. Onze buurlanden zijn ons hierin al voorgegaan.


Wat zal dit concreet betekenen voor uw bestaande vennootschap en/of vereniging en deze die u nog wenst op te richten of om te zetten?

1. Het WVV snoeit in de vennootschapsvormen

Het WVV schaft een aantal vennootschapsvormen af en integreert deze in de vennootschapsvormen die behouden worden.

Zeven vennootschapsvormen blijven bestaan, waarvan de volgende de belangrijkste zijn :

  • de maatschap, als vennootschapsvorm zonder rechtspersoonlijkheid;
  • de volgende vennootschapsvormen met rechtspersoonlijkheid :
    • de BV (besloten vennoten);
    • de NV (naamloze vennootschap;
    • de CV (coöperatieve vennootschap).

Alle andere vennootschapsvormen worden afgeschaft en worden geïntegreerd in de vennootschapsvorm waarmee ze het best overeenkomen. Het betreft :

  • de stille en tijdelijke handelsvennootschap;
  • het economisch samenwerkingsverband (ESV);
  • de coöperatieve vennootschap met onbeperkte aansprakelijkheid (CVOA);
  • de landbouwvennootschap (LV);
  • de EBVBA en de S-BVBA;
  • de commanditaire vennootschap op aandelen (Comm.VA);
  • de vennootschap met sociaal oogmerk (VSO)

De BV (besloten vennootschap) wordt de standaard vennootschap.

De NV (Naamloze vennootschap) blijft de vennootschapsvorm voor de grotere en beursgenoteerde vennootschappen.

Voor wat betreft de CV (coöperatieve vennootschap) wordt teruggegrepen naar het oorspronkelijke coöperatieve gedachtengoed; het moet dus echt gaan om een coöperatief doel.

De maatschap is de basisvorm van de personenvennootschap en de enige vennootschapsvorm zonder rechtspersoonlijkheid, met de VOF en de CommV als varianten met rechtspersoonlijkheid.

Vennootschappen kunnen zich ook laten erkennen als landbouwonderneming, erkende coöperatieve onderneming of sociale onderneming.

De Europese vennootschappen, namelijk de SE (Europese Vennootschap), de SCE (Europese coöperatieve vennootschap), en de EESV (Europese Economisch Samenwerkingsverband) blijven bestaan omdat deze Europees geregeld zijn.

1.1 De BV (besloten vennootschap) wordt aanzien als de spilvennootschap

1.1.1 De BV wordt de meest flexibele vennootschapsvorm, die evenwel veel ruimte geeft voor contractuele aanpassing

Belgische ondernemers verkozen vaak een NV op te richten in plaats van een BVBA, omdat de NV als vennootschapsvorm meer te bieden had, bv. een preferentieel dividend, toegestaan kapitaal, interimdividend, uitgifte van winstbewijzen, warranten en converteerbare obligaties. 

Deze mogelijkheden zijn voortaan ook voorhanden in de BV. Vennoten zijn als het ware in staat om een BV te modelleren op maat van hun onderneming.

De BV is ook een vennootschapsvorm geworden die gemakkelijk gebruikt kan worden in een internationale context.

1.1.2 De BV is niet langer een kapitaalvennootschap

De oprichting van een BV vereist niet langer een minimumkapitaal.

De begrippen kapitaal, minimumkapitaal en kapitaalbescherming worden afgeschaft.

Er moet wel nog een inbreng gebeuren, maar de post "kapitaal" in de jaarrekening valt weg en wordt vervangen door het begrip "vermogen". Dat vermogen moet de vennootschap in staat stellen om haar activiteiten te financieren en haar schuldeisers te betalen. 

Door het wegvallen van de bepalingen inzake kapitaalbescherming, zijn er nieuwe mechanismen in het leven geroepen of bestaande strenger geworden ter bescherming van de schuldeisers.

Deze maatregelen zijn de volgende:

  • Het (eigen) vermogen bij de oprichting, "toereikend aanvangsvermogen" genoemd, moet voldoende toereikend zijn voor de voorgenomen activiteit. De controle op inbrengen in natura blijft behouden;
  • Een inbreng in de BV zal niet zomaar uitkeerbaar zijn. Of een inbreng al dan niet beschikbaar is, moet statutair bepaald worden. Indien de statuten daaromtrent niets voorzien, dan wordt de inbreng automatisch onbeschikbaar en is er een statutenwijziging nodig om deze alsnog te kunnen uitkeren;
  • De oprichters- en bestuurdersaansprakelijkheid blijven bestaan;
  • Het financieel plan wordt belangrijker : de oprichters van een BV zullen voortaan bij het opstellen van hun financieel plan, rekening moeten houden met strengere regels; zoals een vast formaat en vastgestelde criteria;
  • Het bestuur van de BV krijgt een grotere verantwoordelijkheid bij de uitkering van middelen.
    Winstuitkeringen (dividend, teruggave van inbreng, inkoop van eigen aandelen, vergoeding bij uittreding of uitsluiting) kunnen enkel plaats vinden na een dubbele test, namelijk:
    • Een balanstest waarbij wordt nagegaan of het netto-actief (het eigen vermogen) voldoende hoog is om een dividend uit te keren; en
    • Een liquiditeitstest waarbij men nagaat of de vennootschap voldoende liquide middelen overhoudt om haar schulden te kunnen betalen voor de volgende twaalf maanden.

Nieuw met de BV is ook dat de aandelen vrij kunnen worden verkocht daar waar voorheen met de BVBA het akkoord van de medevennoten nodig was. Indien men onverwachte verkopen door medevennoten wenst te voorkomen, dan moeten er overdrachtsbeperkingen worden voorzien in de statuten.

1.2 De NV (naamloze vennootschap)

De NV is voorbehouden voor de zeer grote en de beursgenoteerde vennootschappen.

Het is echter niet uitgesloten dat een BV een beursgenoteerde vennootschap wordt. Omgekeerd blijft het voor de meeste bestaande NV’s mogelijk om onder die vorm verder te werken ook al is hun omvang niet zo groot als voorzien door de nieuwe wetgeving.

Het WVV voorziet in een eenvoudiger wetgeving in verband met de NV.
Zo wordt bijvoorbeeld de inkoop van eigen aandelen veel eenvoudiger, weliswaar gekoppeld aan strengere regels om te zorgen voor een gelijke behandeling van aandeelhouders en een grotere transparantie bij de wederverkoop van de ingekochte aandelen.

1.3  De CV (coöperatieve vennootschap) gaat terug naar zijn oorsprong

Deze vorm wordt voortaan voorbehouden voor echte coöperatieve doeleinden en vereist drie oprichters. Verder moet de CV in feite de regels van de BV volgen.

Tot nu toe werd deze vorm veel gebruikt voor samenwerkingsverbanden tussen vrije beroepen (dokters, tandartsen, advocaten, ...). Door het feit dat dit nu "onechte" CV's geworden zijn, wachten deze vennootschappen best niet te lang om zich om te vormen. De BV wordt voor deze samenwerkingsverbanden een goed alternatief omdat daar voortaan ook vlot in en uit kan gestapt worden. 

Let op! Vennootschappen die zich niet op tijd omvormen, kunnen ontbonden worden door het gerecht.

1.4 De maatschap

Dit is de enige persoonsvennootschap zonder rechtspersoonlijkheid, met de VOF en de CommV als de varianten met rechtspersoonlijkheid.

De maatschap kan voortaan bestaan als een "stille" maatschap, met stille vennoten, of als een "tijdelijke" maatschap, bijvoorbeeld voor een bepaalde werf, en al dan niet rechtspersoonlijkheid hebben onder de vorm van een VOF of CommV.

De maatschap met rechtspersoonlijkheid wordt een VOF indien deze enkel onbeperkt en hoofdelijk aansprakelijke vennoten heeft, en een CommV ingeval deze daarnaast ook nog beperkt aansprakelijke vennoten heeft die niet deelnemen aan het beheer.

2. Oprichting van de vennootschap

Zowel de BV als de NV kunnen door één persoon opgericht en bestuurd worden. Het zal dus niet meer nodig zijn om een tweede bestuurder te zoeken.

Deze persoon kan zowel een natuurlijke persoon als een rechtspersoon zijn.

Voor de coöperatieve vennootschap zijn er nog steeds drie oprichters en vennoten nodig, en voor de maatschap twee oprichters en vennoten.

3. Bestuur van de vennootschap

Het WVV herziet grondig de regels inzake het bestuur van de BV en de NV:

De NV kan haar bestuur op drie verschillende manieren organiseren en wordt zo meteen veel flexibeler:

  • Monistisch bestuur met enkel een raad van bestuur;
  • Dualistisch bestuur met een raad van toezicht en een directieraad met gescheiden bevoegdheid en samenstelling. De huidige samenstelling tussen raad van bestuur en directiecomité werd juridisch uitgepuurd, namelijk :
    • elk orgaan krijgt een eigen takenpakket namelijk de algemene bedrijfsstrategie en het toezicht op de directieraad zijn voor de raad van toezicht en de operationele handelingen voor de directieraad;
    • dubbele mandaten zijn niet meer toegestaan zodat een bestuurder niet langer ook een mandaat kan opnemen in de directieraad.
  • Eén bestuurder die zowel een natuurlijke persoon als een rechtspersoon kan zijn.

Voor de BV blijft de bestaande regeling van toepassing. Deze wordt bestuurd door één of meer volledig bevoegde bestuurders, maar er kan evengoed een collegiaal orgaan (een college van bestuurders) opgericht worden. Dé belangrijke innovatie voor de BV bestaat erin dat deze voortaan ook één of meer dagelijkse bestuurders kan hebben.

De mogelijkheid om te voorzien in een dagelijks bestuur bestaat dus voor alle vennootschappen en verenigingen.

Onder het huidige recht zijn bestuurders steeds met onmiddellijke ingang (ad nutum) afzetbaar. In het WVV kan daarvan afgeweken worden door in een ontslagbescherming te voorzien middels een opzeggingstermijn en/of -vergoeding.

Er kan enkel nog een natuurlijke persoon aangeduid worden als vaste vertegenwoordiger terwijl dat voorheen ook een rechtspersoon kon zijn.

Bestuurders met een belangenconflict moeten zich onthouden bij de beraadslaging en stemming.

De bestuurdersaansprakelijkheid wordt duidelijk omschreven en beperkt:

  • Het WVV voorziet in een norm om te beoordelen of iemand als bestuurder aansprakelijk kan worden beschouwd, namelijk dat hij moet handelen binnen de marge van wat een normaal voorzichtige en zorgvuldige bestuurder in dezelfde omstandigheden zou doen.
  • De (buiten)contractuele aansprakelijkheid van bestuurders wordt beperkt tot een maximumbedrag (cap), dat bepaald wordt in functie van de grootte van de onderneming (omzet en balanstotaal), behalve in geval van herhaaldelijke lichte fout, zware fout, bedrieglijk opzet of oogmerk om te schaden of ingeval van onbetaalde sociale bijdragen, BTW en bedrijfsvoorheffing. Dat bedrag kan oplopen van 125.000 tot 12 miljoen euro.
    Deze beperking is voorzien om ervoor te zorgen dat ondernemers beslissingen kunnen nemen zonder telkens het risico van een onbetaalbare schadeclaim boven hun hoofd te hebben hangen en dat de bestuurdersaansprakelijkheid ook verzekerbaar blijft. Het was ook van belang om deze bestuurdersaansprakelijkheid af te stemmen op deze die van toepassing is in de buurlanden en ook om de ongelijkheid weg te werken tussen de aansprakelijkheid van bestuurders en topmanagers (niet-bestuurders).
  • Vennootschappen mogen in geen geval hun bestuurders vooraf exonereren of vrijwaren voor hun aansprakelijkheid jegens de vennootschap of jegens derden.

4. Stemrecht van de aandeelhouders

De BV en NV hebben voortaan een grotere vrijheid om het stemrecht van hun aandeelhouders naar eigen goeddunken te organiseren.

  • De enige dwingende regel blijft dat er ten minste één stem per aandeel moet zijn;
  • Maar van deze regel kan afgeweken worden:
    • In de BV en de niet-genoteerde NV zijn er onder meer de volgende mogelijkheden: een meervoudig stemrecht (dubbel, triple), aandelen zonder stemrecht en aandelen met stemrecht voor specifieke situaties, maar ook aandelen met verschillend voorkeurrecht bij kapitaalverhogingen in geld en aandelen met een verschillend recht op winstuitkering of liquidatiesaldo;
    • In de beursgenoteerde NV kan een dubbel stemrecht worden toegekend aan trouwe aandeelhouders die hun volstorte aandelen ononderbroken gedurende twee jaren hebben aangehouden.

5. Inbreng van nijverheid wordt mogelijk

Daar waar voorheen een aandeelhouder, om aandeelhouder te worden, een inbreng moest doen in geld of in natura, wordt het met het WVV ook mogelijk arbeid of know-how in te brengen in ruil voor een deel van de winst. 

6. Het vennootschapsrecht en het verenigingsrecht in één wetboek (WVV)

Voortaan worden naast de vennootschappen, ook de verenigingen geregeld door het WVV.

De vzw, "vereniging zonder winstoogmerk" blijft overeind, ondanks eerdere berichten dat de naam zou wijzigingen in "vereniging zonder winstuitkering".

Er wordt wel als bijkomend criterium vereist dat de vereniging één of meerdere "belangeloze doelen" moet hebben.

Vzw's kunnen voortaan net als vennootschappen ongelimiteerd economische activiteiten uitoefenen.

Ze mogen evenwel geen winsten uitkeren aan de leden of bestuurders. Hierop wordt een uitzondering gemaakt indien deze leden of bestuurders zelf deel uitmaken van de begunstigden van het belangeloos doel van de vereniging (wat bijvoorbeeld het geval kan zijn bij verenigingen voor mensen met een bepaalde ziekte, waar mensen met deze ziekte deze vereniging mee besturen).

7. Keuze van het toepasselijke recht

Met het  WVV komt de statutaire zetelleer in de plaats van de werkelijke zetelleer. Hierdoor wordt een rechtspersoon voortaan beheerst door het vennootschaps- en verenigingsrecht van haar statutaire zetel, ook al heeft het zijn hoofdkwartier in een ander land.

8. Besluit

Met de invoering van het WVV, zullen de meeste vennootschappen en verenigingen vroeg of laat, en uiterlijk voor 1 januari 2024, hun statuten moeten aanpassen, en in bepaalde gevallen zullen ook de aandeelhoudersovereenkomsten en de management- en bestuurdersovereenkomsten aangepast moeten worden.

Zo zal onder meer voorzien moeten worden in de volgende wijzigingen:

  • de vennootschapsvorm, hetzij om de vorm van de bestaande vennootschappen aan te passen aan de nieuwe regels, hetzij om een verdwenen vennootschapsvorm onder te brengen in een van de vier overblijvende vormen;
  • de aanpassing van het aantal wettelijk verplichte oprichters en vennoten en de aandeelhoudersstructuur;
  • de samenstelling van de organen en het bestuur van de vennootschap:
    • de BV kan het dagelijks bestuur nu overdragen aan een wettelijk orgaan;
    • voor de NV is een keuze mogelijk tussen één bestuurder, een raad van bestuur of dualistisch bestuur met een raad van toezicht en een directieraad;
    • dubbele mandaten zijn niet meer mogelijk;
    • indien gewenst kan ook voorzien worden in een ontslagregeling van bestuurders (opzeggingstermijnen en/of vergoedingen).
  • voor BV's is het aangeraden om de volgende elementen in acht te nemen:
    • voortaan moeten BV's statutair voorzien of een inbreng al of niet uitkeerbaar is. Op dit moment voorzien statuten dit niet en daardoor worden de reeds gedane inbrengen (het bestaande kapitaal dus) automatisch onbeschikbaar. Om een inbreng beschikbaar te maken, moet er dus een statutenwijziging gebeuren;
    • BV's doen er ook goed aan te anticiperen op hun verhoogde aansprakelijkheid met betrekking tot het vermogen, dat voldoende toereikend moet zijn, en de tests die zij moeten uitvoeren vooraleer middelen uit te keren. Voor sommige BV's kan het nuttig zijn om nog voor de hervorming een kapitaalvermindering door te voeren;
    • indien gewenst kunnen BV's overdracht van aandelen statutair beperken om te voorkomen dat er onverwachte verkopen van aandelen gebeuren door de medevennoten.
  • leden van een directieraad moeten zelfstandigen zijn, dus niet gebonden door een arbeidsovereenkomst.

Dit is enkel een beperkt overzicht van de belangrijkste wijzigingen. Deze lijst moet worden aangepast in functie van elke vennootschap en vereniging, hun statuten en organisatie.

Om te weten te komen wanneer uw vennootschap en vereniging zich in regel moet stellen met het WVV, verwijzen we naar ons artikel desbetreffende dat u kan consulteren door hier te klikken.

Hou er rekening mee dat, indien er na 1 mei 2019 een statutenwijziging wordt door gevoerd, de volledige statuten onmiddellijk moeten worden aangepast aan het nieuwe WVV.

Wenst u hieromtrent meer informatie of, meer nog, uw statuten te laten nakijken, dan staan wij graag ter uwer beschikking. Aarzel vooral niet ons te contacteren.

Leo Peeters - Alain De Jonge