Vergeet uw pand op de handelszaak niet te registreren in het pandregister 

27.02.2018

Insolventierecht
Schuldeisers die voor de invoegetreding van de nieuwe pandwet, een pandrecht op een handelszaak hadden verkregen, hebben tot 31 december 2018 de tijd om hun pandrecht te registreren in het pandregister.

Zoals we reeds in eerdere artikels hebben meegedeeld, zijn vanaf 1 januari 2018 de nieuwe Wet Roerende Zekerheden van 11 juli 2013 en het Nationaal Pandregister in voege getreden.

Deze wet voert een bezitloos pand in waardoor men voortaan een goed in pand kan geven zonder het te moeten afgeven aan de kredietverlener pandhouder. En net daarom werd meteen ook het pandregister ingevoerd, namelijk met als doel het pandrecht en het eigendomsvoorbehoud tegenstelbaar te maken tegenover derden zonder dat de goederen in kwestie moeten worden afgegeven.

1. De bijzondere wetgeving over het pand op de handelszaak en het landbouwvoorrecht afgeschaft

De invoering van het pandregister maakte dan ook meteen de bestaande wetgeving omtrent het pand op de handelszaak en het landbouwvoorrecht overbodig.

Deze rechtsfiguren waren voorheen in het leven geroepen om een pand zonder buitenbezitstelling mogelijk te maken voor de uitbaters van een handelszaak of een landbouwonderneming. Het is evident dat deze er geen baat bij hebben om hun handels- of landbouwgoederen over te dragen aan de schuldeisers teneinde hem een pandrecht toe te staan.

Het pand op de handelszaak (zonder buitenbezitstelling) was mogelijk mits naleving van een aantal wettelijke voorwaarden. Deze verpanding was namelijk enkel mogelijk ten voordele van een erkende bank- of kredietinstelling, via een akte, ingeschreven in een bijzonder register van het hypotheekkantoor.

De pandgever had een bewaarplicht en kon strafrechtelijk gesanctioneerd worden indien hij bestanddelen van de handelszaak die hij in pand had gegeven op bedrieglijke wijze had vervreemd of verplaatst. 

2. Het pand op de handelszaak en het landbouwvoorrecht voorzien in de pandwet

Voortaan zal het pandrecht op de handelszaak, zoals de andere vormen van verpanding, tegenstelbaar worden gemaakt aan derden door de loutere registratie van het pand in het pandregister.

De pandwet bepaalt dat behoudens beperkende bepalingen in de pandovereenkomst,

  • het pandrecht dat een handelszaak tot voorwerp heeft het geheel der goederen die de handelszaak uitmaken omvat;
  • het pandrecht dat een landbouwexploitatie tot voorwerp heeft, het geheel der goederen die tot de landbouwexploitatie dienen, omvat.

3. Rechten en plichten van de pandgever en -houder 

Zoals voorheen, heeft ook nu de pandgever bepaalde verplichtingen. 

Hij moet zorg dragen voor de goederen die in pand gegeven zijn.

Hij blijft niettemin gerechtigd tot een redelijk gebruik ervan overeenkomstig hun bestemming. 

Zo heeft de pandgever het recht om goederen te verwerken die daartoe bestemd zijn. In dat geval zal het nieuwe tot stand gekomen goed bezwaard worden door een pandrecht. Daarenboven moet de pandgever de pandhouder het recht verlenen om de bezwaarde goederen op ieder moment te inspecteren.

Ingeval voor die verwerking goederen van derden worden ingeschakeld, en indien de afscheiding van deze goederen onmogelijk of economisch niet verantwoord is, dan bezwaart het pandrecht het goed dat nieuw tot stand gekomen is indien dat het voornaamste is of de grootste waarde heeft. In dat geval heeft de derde op de pandhouder een vordering wegens verrijking zonder oorzaak.

3. Overgangsmaatregelen voor het pand op de handelszaak en het landbouwvoorrecht 

Het is evident dat de afschaffing van de specifieke wetgeving betreffende het pand op de handelszaak en het landbouwvoorrecht gevolgen heeft voor de schuldeisers die al een pandrecht op een handelszaak of een landbouwvoorrecht hadden verkregen voor het in voege treden van de nieuwe pandwet.

Daarom voorziet de pandwet in een overgangsperiode van twaalf maanden waarbinnen deze schuldeisers de bezwaarde goederen kunnen registreren in het pandregister en waardoor ze hun rang ten opzichte van de andere schuldeisers kunnen behouden. Zij hebben hiertoe dus de tijd tot uiterlijk 31 december 2018.

Let op! Gebeurt dat niet uiterlijk op die datum, dan kan er wel nog steeds een nieuwe registratie gebeuren maar verliest men onherroepelijk zijn rang. De rang wordt immers bepaald door de chronologische volgorde van de registratie ervan.

 

Leo Peeters