Op 1 maart 2019 werd een mobiliteitsbudget ingevoerd dat veel verder gaat dan de mobiliteitsvergoeding. Werknemers die een bedrijfsvoertuig hebben of ervoor in aanmerking komen, kunnen voortaan opteren voor een jaarlijks mobiliteitsbudget dat gelijk is aan de jaarlijkse bruto kosten van hun bedrijfswagen, en dit zonder bijkomende kosten voor de werkgever. Dit budget kan naar eigen keuze verdeeld worden over verschillende vervoersoplossingen om vlotter en milieubewuster op het werk te geraken of besteed worden aan woonkosten indien de werknemer binnen een radius van 5 km van zijn werk woont.

In een vorig artikel, informeerden we u over de mobiliteitsvergoeding ('cash for cars'). Het mobiliteitsbudget dat nu wordt ingevoerd, gaat veel verder. De mobiliteitsvergoeding en het mobiliteitsbudget zullen naast elkaar blijven bestaan maar mogen niet gecombineerd worden.

Hieronder geven we u de belangrijkste elementen van het mobiliteitsbudget.

1. Wat is het mobiliteitsbudget?

Het mobiliteitsbudget is het bedrag dat de werknemer ontvangt van zijn werkgever ter compensatie van het feit dat hij afziet van de bedrijfswagen waarover hij beschikte of waarop hij aanspraak kon maken. Het verschil met de mobiliteitsvergoeding is dat dit mobiliteitsbudget ook gebruikt kan worden voor meerdere mobiliteitsoplossingen tegelijk of in bepaalde gevallen voor woonkosten.

Elke werknemer die een mobiliteitsbudget krijgt, zal hiermee naar bestwil zijn/haar mobiliteit woon-werk kunnen regelen. Zoals verder wordt uitgelegd, wordt het mogelijk om allerhande mobiliteitsoplossingen te combineren, bv. een zuinigere bedrijfswagen met een fiets of een ander vervoersmiddel of autodelen of openbaar vervoer of … of … .

Het bedrag van het mobiliteitsbudget komt overeen met de jaarlijkse bruto kosten van de bedrijfswagen voor de werkgever, met inbegrip van de fiscale en parafiscale lasten en de daarmee gerelateerde kosten in het kader van het bedrijfswagenbeleid, zoals de financieringskosten, de brandstofkosten, en de verschuldigde RSZ-solidariteitsbijdrage. Wanneer de bedrijfswagen eigendom is van de werkgever, worden de financieringskosten vervangen door een jaarlijkse afschrijving van 20 pct.

Werkgevers die een mobiliteitsbudget toekennen aan hun werknemers zijn niet meer verplicht om tussen te komen in de kosten voor het woon-werk verkeer. Het blijft wel toegelaten maar in dat geval worden deze kosten beschouwd als een normaal loon onderworpen aan sociale zekerheidsbijdragen en bedrijfsvoorheffing.

2. Vrije beslissing van werkgever en werknemer

Zoals met de mobiliteitsvergoeding, beslist de werkgever in alle vrijheid of hij een systeem van mobiliteitsbudget invoert en hij mag ook bepalen onder welke voorwaarden een mobiliteitsbudget wordt ingevoerd. Deze voorwaarden moet hij evenwel aan zijn werknemers communiceren uiterlijk op het moment waarop het systeem wordt ingevoerd.

Ook de werknemer heeft het recht te beslissen of hij al dan niet opteert voor een mobiliteitsbudget.

3. Voorwaarden voor invoering van het mobiliteitsbudget

Zoals voor de mobiliteitsvergoeding, kan de werkgever dit budget slechts invoeren wanneer hij gedurende een ononderbroken periode van 36 maanden onmiddellijk voorafgaand aan de invoering van het mobiliteitsbudget één of meerdere bedrijfswagens ter beschikking stelde van één of meerdere werknemers.

Voor startende werkgevers die minder dan 36 maanden actief zijn, is deze minimumtermijn niet vereist. Wel moeten zij minstens 12 maanden één of meerdere wagens ter beschikking stellen.

De werknemer op zijn beurt moet bij de huidige werkgever, tijdens de 3 jaar voorafgaand aan de aanvraag, minstens 1 jaar over een bedrijfswagen beschikken of beschikt hebben of daarvoor in aanmerking komen of gekomen zijn, waarvan minstens 3 maanden ononderbroken voor de aanvraag.

Bij een functieverandering of een bevordering kan het mobiliteitsbudget worden verhoogd of verlaagd wanneer de werknemer door die verandering of die bevordering tot een functiecategorie behoort waarvoor het loonsysteem van de werkgever respectievelijk in een hoger of lager budget voorziet.

4. Waaraan mag het mobiliteitsbudget gespendeerd worden?

Werknemers kunnen het mobiliteitsbudget besteden in 3 pijlers met elk een eigen sociale en fiscale behandeling.

Pijler 1: een milieuvriendelijke bedrijfswagen 

Het mobiliteitsbudget kan dienen voor een bedrijfswagen, maar niet elke wagen komt daarvoor in aanmerking. De wagen die de werknemer binnen deze pijler kiest moet milieuvriendelijk zijn en ondergaat dezelfde sociale en fiscale behandeling als de "gewone" bedrijfswagen.

Milieuvriendelijke wagens zijn :

  • elektrische wagens; of
  • wagens die beantwoorden aan de volgende cumulatieve voorwaarden :
  • een CO2-uitstoot van max. 95 gr/km;
    Deze norm is geldig voor wie vanaf 2021 in het systeem van het mobiliteitsbudget zit.
    Voor 2021 geldt een overgangsperiode, waarin de de maximale CO2-uitstoot:
    • 105 gr/km bedraagt voor wie instapt in 2019; en
    • 100 gr/km bedraagt voor wie instapt in 2020.
  • wagens waarvan de emissienorm voor luchtverontreinigende stoffen ten minste overeenstemt met de geldende norm voor nieuwe voertuigen, met uitzondering voor "eindereeksen".
  • oplaadbare hybride wagen waarvan de capaciteit van de elektrische batterij minstens gelijk is aan 0,5 kWh per 100 kg wagengewicht.
  • wagens die minstens even milieuvriendelijk zijn als de wagen die aan de basis lag van het mobiliteitsbudget.

Pijler 2 : Duurzame mobiliteit 

Binnen deze pijler kunnen werknemers ervoor opteren helemaal geen bedrijfswagen aan te schaffen en het mobiliteitsbudget volledig te spenderen aan alternatieve mobiliteitsoplossingen om op het werk te geraken. Elke besteding die de werknemer binnen deze pijler maakt, is volledig vrijgesteld van socialezekerheidsbijdragen en bedrijfsvoorheffing.

Zie hieronder alle alternatieven waarin de wet voorziet :

  • Zachte mobiliteit : hieronder vallen de aankoop, huur, leasing, het onderhoud en de verplichte uitrusting van de volgende vervoersmiddelen met maximale snelheid van 45 km/uur:
    • rijwielen, voortbewegingstoestellen, gemotoriseerde rijwielen en bromfietsen,
    • motorfietsen die uitsluitend elektrisch aangedreven zijn.
  • Openbaar vervoer : Met het mobiliteitsbudget kan de werknemer zowel abonnementen als vervoersbewijzen financieren.
    Daar waar abonnementen op naam van de werknemer moeten staan, kunnen losse tickets voor het openbaar vervoer wel zuiver privé gebruikt worden door de werknemer en zijn gezin, zowel voor reizen binnen België als binnen de hele Europese Economische Ruimte.
  • Georganiseerd gemeenschappelijk vervoer : dit wordt niet noodzakelijk door de werkgever georganiseerd, maar kan ook via een groep van werkgevers verlopen of zelfs via derden. Zo kan de werknemer met zijn mobiliteitsbudget ook verplaatsingen met de kantoorbus financieren.
  • Gedeeld vervoer
    • carpooling en autodelen, uitgebreid tot alle voertuigen met 2, 3 of 4 wielen, al dan niet gemotoriseerd, toebehorende aan een vloot of aan een particulier;
    • het taxivervoer en het verhuren van auto’s met chauffeur;
    • de huur van voertuigen zonder chauffeur, voor maximaal 30 kalenderdagen per jaar. Dit kan gebruikt worden om een auto te huren om met het gezin op vakantie te gaan.
  • Huisvestingskosten : Werknemers die binnen een straal van 5 km van de normale plaats van tewerkstelling wonen, kunnen het huurgeld of de intresten van een hypothecaire lening financieren met het mobiliteitsbudget.

Pijler 3 : Jaarlijkse cash betaling van het saldo van het mobiliteitsbudget

Het deel van het mobiliteitsbudget dat de werknemer niet gebruikte voor de financiering van een milieuvriendelijke bedrijfswagen, duurzame vervoersmiddelen en/of huisvestingskosten, moet hem één keer per jaar in geld uitbetaald worden. Dit moet gebeuren uiterlijk samen met het loon van januari van het daaropvolgende jaar.

Dit bedrag is niet onderworpen aan bedrijfsvoorheffing maar wel aan een bijzondere socialezekerheidsbijdrage van 38,07 %.

5. Conclusie

Dit systeem is bedoeld om werknemers te stimuleren om hun bedrijfsvoertuig in te ruilen voor een jaarlijks mobiliteitsbudget of minstens hun bedrijfsvoertuig zoveel mogelijk thuis te laten en voor andere meer ecologische vervoermiddelen te kiezen. Maar het valt nog af te wachten of dit in de realiteit wel zo succesvol zal zijn. Het is ook te hopen dat werkgevers deze regeling niet te ingewikkeld zullen vinden om in de praktijk om te zetten.

De mobiliteitsvergoeding en het mobiliteitsbudget blijven naast elkaar bestaan maar kunnen niet gecombineerd worden.

Indien u bijkomende informatie wenst of bijgestaan wordt in deze materie, neem gerust contact met ons op.

Leila Mstoian