Na de verzekering voor de tienjarige aansprakelijkheid bij woningbouwprojecten voor architecten, studiebureaus en aannemers, die sinds 1 juli 2018 verplicht is ingevolge de Wet Peeters-Borsus, wordt vanaf 1 juli 2019 een nieuwe verzekeringsverplichting binnen de bouwsector ingevoerd door de Wet Peeters-Ducarme.

De titel van deze wet is veelzeggend. Deze voert namelijk een “verplichte verzekering van de burgerlijke beroepsaansprakelijkheid van architecten, landmeters-experten, veiligheids- en gezondheidscoördinatoren en andere dienstverleners in de bouwsector van werken in onroerende staat" in en "wijzigt diverse wetsbepalingen betreffende de verzekering burgerrechtelijke aansprakelijkheid in de bouwsector", en wordt zoals eerder vermeld ook kortweg de Wet Peeters-Ducarme genoemd.

Hieruit blijkt duidelijk dat deze wet in principe een groter toepassingsgebied viseert dan de Wet Peeters-Borsus. Waar deze laatste vooral van toepassing is op aannemers en architecten naar aanleiding van woningbouwprojecten en voor werken waarbij de tussenkomst van een architect vereist is, voert de Wet Peeters-Ducarme een verplichte beroepsaansprakelijkheidsverzekering in voor alle intellectuele beroepen binnen de bouwsector, en dit met betrekking tot alle werken in onroerende staat.

Hieruit volgt dat de Wet Peeters-Ducarme niet voor aannemers geldt en zij van toepassing is op alle werken in onroerende staat (en dus niet louter inzake woningbouw). Zodoende zal de bouwheer naar aanleiding van het uitvoeren van gelijk welk onroerende werk over deze bescherming genieten, ongeacht de uiteindelijke bestemming van het onroerend goed of de eventuele tussenkomst van een architect.

De verplichte verzekering moet voorzien in een minimale waarborg per schadegeval ten belope van:

  • € 1.500.000 voor de schade voortvloeiend uit lichamelijke letsels;
  • € 500.000 voor de totale materiële en immateriële schade;
  • € 10.000 voor de voorwerpen die door de verzekerde aan de bouwheer werden toevertrouwd.

Eveneens voorziet de wet in een posterioriteit op basis waarvan de aansprakelijkheid voor vorderingen gedekt moet blijven indien deze ingesteld worden binnen de drie jaar nadat de verzekerde dienstverlener zijn activiteiten heeft stopgezet.

Hoewel men ervan zou kunnen uitgaan dat de Wet Peeters-Ducarme een groter toepassingsgebied heeft dan de Wet Peeters-Borsus, moeten we vaststellen dat deze in grote mate wordt uitgehold door de uitzonderingen die worden voorzien aangaande de schade waarvoor de verzekering dekking moet bieden.

Zo stelt artikel 5 van de Wet Peeters-Ducarme dat de schade niet wordt gedekt wanneer deze ontstaat omdat de contractuele verbintenissen geheel of gedeeltelijk niet werden uitgevoerd, en evenmin als er schade is ten gevolge van milieuaantasting, vorderingen aangaande gebrekkige kostenramingen of geschillen aangaande niet betaalde erelonen en kosten.

Deze uitzonderingen zorgen ervoor dat de potentieel uitgebreide dekking die door de Wet Peeters-Ducarme wordt voorzien in aanzienlijke mate wordt uitgehold en dus minder bescherming biedt dan dat men op het eerste gezicht zou kunnen verwachten.

De wet Peeters-Ducarme verscheen gisteren in het Staatsblad en treedt in werking op 1 juli 2019.

Peeters Law - Seeds of Law verleent u in deze materie met plezier het nodige advies of bijstand. Contacteer ons via info@seeds.law of per telefoon op +32 (0)2 747 40 07.

Koen De Puydt - Toon Delie