Onlangs werd een nieuwe wet gepubliceerd die een beschermingsregime invoert voor bedrijfsgeheimen die buiten de werkingssfeer vallen van intellectuele eigendomsrechten.

De wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van bedrijfsgeheimen, die onlangs gepubliceerd werd in het Belgisch Staatsblad, zet de Europese Richtlijn 2016/943 betreffende de bescherming van niet-openbaar gemaakte knowhow en bedrijfsinformatie om.

De Richtlijn 2016/943 heeft als doel een harmonisatie in de hele EU tot stand te brengen betreffende de bescherming van bedrijfsgeheimen en legt de lidstaten op te voorzien in een consistent niveau van maatregelen die kunnen worden toegepast in het geval waarin een bedrijfsgeheim onrechtmatig verkregen, gebruikt of openbaar gemaakt wordt. Deze richtlijn werd eerder op onze website zeer uitgebreid beschreven in twee bijdragen, die u kan deze consulteren door op Deel 1 en Deel 2 te klikken.  

De bepalingen van de wet zelf worden opgenomen in boek XI van het Wetboek van Economisch Recht, en zijn onmiddellijk van kracht.             

1. Het begrip "bedrijfsgeheim" krijgt een wettelijk kader

Deze wet voert een nieuw begrip in, namelijk het "bedrijfsgeheim". 

Het is evenwel niet de bedoeling dat hiermee een geheel nieuw intellectueel eigendomsrecht wordt gecreëerd.

Het is niet altijd mogelijk of wenselijk om bedrijfsgeheimen te beschermen door een intellectueel eigendomsrecht.

Meer specifiek, bestaat het praktisch nut van de wet er voornamelijk in om een bescherming te bieden wanneer een plan, geheim of idee buiten de werkingssfeer van de bestaande intellectuele eigendomsrechten (octrooien, merken, tekeningen, modellen,…) valt. Het is immers niet altijd mogelijk of wenselijk om bedrijfsgeheimen te beschermen door een intellectueel eigendomsrecht.

De nieuwe wet hoopt hiermee bij te dragen tot verdere innovatie en wetenschappelijke ontwikkelingen, en werkt een kader uit voor beschermde gegevensuitwisseling tussen partijen.

2. Definitie van het begrip “bedrijfsgeheim”

De definitie van het begrip bedrijfsgeheim werd volledig overgenomen uit de Europese Richtlijn. Aldus wordt bepaalde informatie volgens de Richtlijn en de wet gekwalificeerd als "bedrijfsgeheim" indien de informatie voldoet aan elk van de drie volgende voorwaarden: 

  • de informatie moet geheim zijn.

    Informatie is geheim in de zin dat zij, in haar geheel dan wel in de juiste samenstelling en ordening van haar bestanddelen, niet algemeen bekend is bij of gemakkelijk toegankelijk is voor personen binnen de kringen die zich gewoonlijk bezig houden met de desbetreffende soort informatie. 

  • de informatie heeft een handelswaarde dankzij haar vertrouwelijkheid.

    Ook een potentiële handelswaarde volstaat om aan deze voorwaarde te voldoen.

    De informatie moet worden geacht een handelswaarde te bezitten wanneer het onrechtmatig verkrijgen, gebruiken of openbaar maken daarvan schadelijk zou kunnen zijn voor de belangen van het bedrijf, omdat bijvoorbeeld afbreuk wordt gedaan aan het technisch en wetenschappelijk potentieel, de zakelijke of financiële belangen, of het concurrentievermogen van het bedrijf.

    Alledaagse informatie, die algemeen bekend is onder personen binnen dezelfde sector, valt niet onder de norm “informatie met handelswaarde”.

  • de persoon die rechtmatig over de informatie beschikt, moet redelijke veiligheidsmaatregelen genomen hebben om deze geheim te houden.

    Te denken valt aan geheimhoudingsclausules in contracten met werknemers, maar ook aan fysieke of elektronische barrières om de informatie geheim te houden.    

3. Wanneer wordt een bedrijfsgeheim rechtmatig of onrechtmatig verkregen?

De verkrijging van een bedrijfsgeheim wordt als rechtmatig beschouwd wanneer het verkregen wordt: 

  • via een onafhankelijke ontdekking of onafhankelijk ontwerp, 
  • door observatie, onderzoek, demontage of testen van een product of voorwerp dat ter beschikking van het publiek is gesteld of dat op een rechtmatige manier in het bezit is van de persoon die de informatie verwerft en die niet gebonden is aan een rechtsgeldige verplichting om de verkrijging van het bedrijfsgeheim te beperken;
  • door uitoefening van het recht van werknemers of werknemersvertegenwoordigers op informatie en raadpleging overeenkomstig het recht van de Europese Unie, het nationale recht en de nationale praktijken;
  • via iedere andere praktijk die, gezien de omstandigheden, in overeenstemming is met de eerlijke handelspraktijken.

Algemeen genomen wordt een bedrijfsgeheim beschouwd als rechtmatig verkregen wanneer dit door het recht van de EU of het nationale recht vereist of toegestaan is.

De wet spreekt van een onrechtmatige verkrijging van bedrijfsgeheimen indien de verkrijging gebeurde door middel van onbevoegde toegang of het zich onbevoegd toe-eigenen of kopiëren van documenten, voorwerpen, materialen, substanties of elektronische bestanden die het bedrijfsgeheim bevatten, of in geval van andere gedragingen die strijdig zijn met de eerlijke handelspraktijken.             

Er is sprake van een onrechtmatig gebruik of openbaarmaking van een bedrijfsgeheim wanneer dit zonder toestemming van de houder van het bedrijfsgeheim gebeurt en wanneer aan één van de volgende voorwaarden is voldaan:

  • (1) het bedrijfsgeheim is op onrechtmatige manier verkregen,
  • (2) er is  een inbreuk op een geheimhoudingsovereenkomst of een andere verplichting tot het niet openbaar maken van het bedrijfsgeheim,
  • (3) er is een inbreuk op een contractuele of andere verplichting tot beperking van het gebruik van het bedrijfsgeheim.        

Er zijn volgens de nieuwe wet echter ook enkele uitzonderingen, in welk geval de verkrijging en openbaarmaking van bedrijfsgeheimen toegelaten is.

Zo is de verkrijging van een bedrijfsgeheim mogelijk door observatie, onderzoek, demontage of testen van een product of voorwerp dat ter beschikking van het publiek is gesteld. Ook wordt de openbaarmaking van bedrijfsgeheimen toegelaten voor klokkenluiders en onderzoeksjournalisten, voor zover hier direct relevant wangedrag, onrecht of relevante illegale activiteiten aan het licht worden gebracht en bewezen kan worden dat gehandeld werd in het kader van het algemeen openbaar belang. Verkrijging of openbaarmaking van bedrijfsgeheimen met het oog op de bescherming van een wettelijk erkend rechtmatig belang, wordt eveneens toegelaten.     

4. Bij schending van bedrijfsgeheimen kunnen de volgende gerechtelijke stappen genomen worden

De voornaamste nieuwigheid die wordt geïntroduceerd in de wet is de mogelijkheid voor de houder van een bedrijfsgeheim om gerechtelijke stappen te zetten indien iemand het bedrijfsgeheim op onrechtmatige wijze verkrijgt, er gebruik van maakt of openbaar maakt.         

Beslag inzake namaak, wat een rechtsmiddel is in het kader van de intellectuele eigendomsrechten, zal in deze materie niet mogelijk zijn.

De wet verleent echter een arsenaal aan maatregelen die de houder van een bedrijfsgeheim wel voor de rechtbank kan vorderen indien er onrechtmatige verkrijging, onrechtmatig gebruik of onrechtmatige openbaarmaking van een bedrijfsgeheim wordt vastgesteld. 

Zo kan de rechter vooreerst een staking van elk onrechtmatig verkrijgen, gebruiken of openbaar maken van bedrijfsgeheimen, of een verbod op de verkrijging, gebruik of openbaarmaking van het bedrijfsgeheim bevelen. De rechter kan daarbij ook maatregelen nemen die kunnen bijdragen tot de stopzetting van het onrechtmatig gebruiken of openbaar maken van het bedrijfsgeheim of van de gevolgen ervan.

Ook een productieverbod, of zelfs een verplichte afgifte van de inbreuk makende goederen aan een liefdadigheidsorganisatie, behoren tot de mogelijkheden. 

Verder kan de rechter nog bevelen dat eventuele inbreuk makende goederen uit de handel worden genomen of dat documenten, materialen, substanties of elektronische bestanden die onrechtmatig werden verkregen of openbaar werden gemaakt worden vernietigd.            

Dit alles kan op straffe van een dwangsom worden uitgesproken, waarbij de overtreder een geldsom verschuldigd is per verdere inbreuk die hij maakt op een rechterlijk uitgesproken verbod.    

De nieuwe wet verleent aan de houder van een bedrijfsgeheim ook de mogelijkheid om een schadevergoeding te vorderen van de inbreukmaker. Deze mogelijkheid bouwt volgens de wetgever voort op het algemene aansprakelijkheidsrecht van artikel 1382 van het Burgerlijk Wetboek. Het is dus, net zoals in het burgerlijk aansprakelijkheidsrecht, vereist dat de houder van het bedrijfsgeheim bewijst dat hij schade heeft geleden, en dat de fout van de inbreukmaker de oorzaak is van deze schade.        

De grootte van de schadevergoeding die middels de wet kan worden gevorderd, hangt af van het feit of de inbreukmaker het onrechtmatig karakter van zijn handelingen kende of behoorde te kennen. Indien dit het geval is, kan alle schade, zoals gederfde winsten, morele schade, e.d. worden vergoed. Indien de inbreukmaker niet kon weten dat hij een onregelmatige handeling in verband met een bedrijfsgeheim had verricht, mag de eventuele schadevergoeding niet meer bedragen dan het bedrag van de royalty’s of vergoedingen die verschuldigd waren geweest indien de persoon de toestemming had gevraagd om het desbetreffende bedrijfsgeheim te gebruiken.    

5. Vertrouwelijkheidsverplichting tijdens een lopende procedure

Een ander belangrijk aspect is de invoering van een verplichting om de vertrouwelijkheid van bedrijfsgeheimen of vermeende bedrijfsgeheimen te bewaren tijdens lopende procedures en na de beëindiging ervan. 

Dit is bijvoorbeeld nodig wanneer een van de partijen door de rechter verplicht wordt om documenten te overleggen die bedrijfsgeheimen bevatten. 

Een vertrouwelijkheidsbeslissing geldt niet enkel tijdens de procedure maar ook erna en kan door de rechter afgedwongen worden door een reeks maatregelen. Partijen die deze vertrouwelijkheidsverplichting niet respecteren kunnen veroordeeld worden tot een geldboete en/of tot het betalen van een schadevergoeding.

6. Bevoegde rechtbank

De wet bepaalt verder dat alle vorderingen inzake het onrechtmatig verkrijgen, gebruiken of openbaar maken van bedrijfsgeheimen onder de bevoegdheid van de rechtbank van koophandel vallen, die gevestigd zijn waar de hoven van beroep hun zetel hebben, zelfs wanneer de partijen geen ondernemingen zijn.

Dit laat deze rechtbanken toe om een zekere specialisatie te ontwikkelen in deze materie zonder afbreuk te doen aan de specifieke bevoegdheid van de arbeidsrechtbanken.

7. Verjaringstermijn

Tot slot voorziet de nieuwe wet een verjaringstermijn van 5 jaar, die begint te lopen vanaf de dag die volgt op de dag waarop de eiser kennis heeft van (1) de gedraging en het feit dat deze gedraging een onrechtmatig verkrijgen, gebruiken of openbaar maken van een bedrijfsgeheim vormt; én van (2) de identiteit van de inbreukmaker. 

Hoe dan ook geldt een maximumtermijn van 20 jaar, vanaf de dag volgend op die waarop het onrechtmatig verkrijgen, gebruiken of openbaar maken zich heeft voorgedaan.         

8. Besluit

De wet biedt de bedrijven meer mogelijkheden om hun bedrijfsgeheimen te beschermen zonder dat deze noodzakelijk onder het regime van de intellectuele eigendomsrechten vallen.

Het blijft echter aan te raden dat bedrijven maatregelen nemen om preventief op te treden. 

Zo is het ten opzichte van werknemers mogelijk om een concurrentiebeding en/of geheimhoudingsovereenkomst op te nemen in de arbeidsovereenkomst. Het is aan te raden om ook fysieke en virtuele hindernissen te voorzien om de toegang tot bedrijfsgeheimen te verhinderen.

Ten opzichte van partijen waarmee een samenwerking of handelsrelaties tot stand komt of bestaat, kan geopteerd worden voor een geheimhoudingsovereenkomst.

Tenslotte kan het ook nuttig zijn een lijst te maken van alle vertrouwelijke informatie en de personen die daartoe toegang hebben.

Het spreekt voor zich dat wij u daar graag bij begeleiden.          

Vincent Brouwers - Leo Peeters