Werkbaar en wendbaar werk

3. De interne grens van de arbeidsduur

De wet "Werkbaar en Wendbaar Werk" legt de interne
grens vast op 143 uur, en de referteperiode op 1 jaar.

De Arbeidswet van 16 maart 1971 bepaalt de omstandigheden die het presteren van overuren rechtvaardigen.

Daarenboven, kunnen alternatieve werkroosters worden ingevoerd waardoor het aantal gepresteerde werkuren tijdens een bepaalde periode het gewoon aantal werkuren in overeenstemming met het normale werkrooster kan overstijgen (de "kleine flexibiliteit": zie hierover meer onder rubriek 1).

Het totaal aantal werkuren dat gepresteerd wordt tijdens een vastgestelde periode (in principe een kwartaal), mocht het normaal aantal werkuren overeenkomstig het normaal werkrooster niet met meer dan 78 uren overschrijden. Eens die grens bereikt wordt, moet inhaalrust worden genomen.

Indien de referteperiode een jaar bedraagt (in plaats van de standaard referteperiode van een kwartaal), werd dat maximum vastgesteld op 91 uren. Deze grens kon verhoogd worden tot 130 uren of tot 143 uren mits naleving van speciale procedures, die werden bepaald bij het Koninklijk Besluit van 11 september 2013 (collectieve arbeidsovereenkomst op sectoraal niveau; collectieve arbeidsovereenkomst op niveau van de onderneming, ondertekend door alle vakbonden, vertegenwoordigd in vakbondsafvaardiging; wijziging van het arbeidsreglement goedgekeurd door het bevoegde paritair comité).

De wet "Werkbaar en Wendbaar Werk" heeft nu dat maximum aantal uren algemeen vastgesteld op 143 uren.

Deze grens kan bij een door de Koning algemeen verbindend verklaarde collectieve arbeidsovereenkomst worden verhoogd.

De eerste 25 uren, die gepresteerd worden in het systeem van "vrijwillige overuren" (zie meer over dat onderwerp in rubriek 2), worden niet meegerekend voor de berekening van de interne grens van 143 uren. De overige uren in het kader van vrijwillig overwerk wel.

Het aantal uren van vrijwillig overwerk, die niet meegerekend worden voor de berekening van de interne grens, kunnen tot 60 uren worden verhoogd bij een door de Koning algemeen verbindend verklaarde collectieve arbeidsovereenkomst. Het lijkt echter weinig waarschijnlijk dat een dergelijke collectieve arbeidsovereenkomst in werkelijkheid zal worden gesloten gelet op de terughoudendheid van de vakbonden.

Leila Mstoianleila.mstoian@peeters-law.be
Marcel Houbenmarcel.houben@peeters-law.be