Werkbaar en wendbaar werk

10. Werkgeversgroepering

De wet "Werkbaar en Wendbaar Werk" maakt van de werkgeversgroepering, dat in 2014 ingevoerd werd, een
definitief systeem, eenvoudiger maar toch uitgebreid.

De werkgeversgroepering werd, naar Frans voorbeeld, ingevoerd in het Belgische arbeidsrecht in 2014. Tot nog toe bleef dit beperkt tot experimenten, die jaarlijks werden verlengd.

De wet "Werkbaar en Wendbaar Werk" maakt er een definitief systeem van, vereenvoudigt het en breidt het uit.


De werkgeversgroepering wordt door twee of meerdere ondernemingen opgericht onder de vorm van een vereniging zonder winstoogmerk (hierna "VZW") of een economisch samenwerkingsverband (hierna "ESV"). De VZW of het ESV werft de werknemers aan om hen ter beschikking te stellen van de leden-ondernemingen al naargelang hun behoeften.

Dit systeem biedt  de leden-ondernemingen de mogelijkheid om tijdelijk of deeltijds beroep te doen op werknemers, voor wie zij geen permanente of voltijdse tewerkstelling hebben, zonder kosten op zich te moeten nemen die de effectieve tijdelijke of deeltijdse tewerkstelling overstijgt.

De VZW of het ESV is formeel de werkgever, die de werknemers ter beschikking stelt van zijn leden-ondernemingen. Dit is dus een inbreuk op het principieel verbod van het ter beschikking stellen van werknemers aan een derde. Om daaraan te verhelpen was een uitzonderingsmaatregel nodig.

Ondanks het feit dat het systeem al nagenoeg drie jaren in voege is, was het tot nog toe geen succes (in tegenstelling tot Frankrijk, waar naar schatting op die wijze 40.000 tewerkstellingsplaatsen werden gecreëerd).

Het opzet van minister Peeters was dus het systeem aantrekkelijker te maken door de oprichtingsprocedure te vereenvoudigen en de mogelijkheden om het systeem te gebruiken uit te breiden.

Hierna volgt een overzicht van de wijzigingen.

1. Een werkgeversgroepering oprichten wordt eenvoudiger

De werkgeversgroepering moet voorafgaandelijk de toelating bekomen van de Minister van Werk. Deze neemt zijn beslissing binnen de 40 dagen. Hij kan – maar is dat niet meer verplicht – het advies van de Nationale Arbeidsraad vragen.

De toelating geldt voor onbepaalde duur, maar de Minister van Werk kan de toelating steeds intrekken indien de werkgeversgroepering niet (meer) aan de voorwaarden voldoet.

De werkgeversgroepering moet de vorm aannemen van een VZW of een ESV. Het doel moet beperkt zijn tot het ter beschikking stellen van zijn werknemers aan de leden-ondernemingen.

Voor bijkomende doeleinden is een koninklijk besluit vereist, genomen na overleg in de Ministerraad en na advies van de Nationale Arbeidsraad.

2. Hoeveel werknemers tewerkstellen?

Het maximum aantal werknemers dat door een werkgeversgroepering kan tewerkgesteld worden is vastgesteld op 50.

Wanneer een werkgeversgroepering dat aantal overschrijdt, eindigt de toelating van de Minister van Werk drie maanden na datum van de overschrijding.

3. Welk paritair comité is bevoegd?

Het paritair comité dat bevoegd is voor de werknemers van de werkgeversgroepering wordt in de toelating bepaald door de Minister van Werk. Indien alle leden ressorteren onder hetzelfde paritair comité dan is dit paritair comité ook bevoegd voor de werkgeversgroepering. Indien dat niet het geval is, wordt het bevoegd paritair comité bepaald door de Minister van Werk, die een keuze maakt tussen ofwel het paritair comité van het lid of de leden die het meest zullen beroep doen op de werknemers van de werkgeversgroepering, ofwel het paritair comité van het lid of de leden die het hoogste aantal vaste werknemers tewerkstellen. De Minister van Werk kan daarbij het advies van de Nationale Arbeidsraad vragen.

Indien een nieuw lid aansluit bij de werkgeversgroepering, dat onder een andere paritair comité ressorteert dan de bestaande leden, dan moet de werkgeversgroepering een nieuwe aanvraag indienen bij de Minister van Werk betreffende het bevoegd paritair comité.

De werkgeversgroeperingen moeten jaarlijks een rapport over hun activiteiten indienen bij de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg. De Minister van Werk kan zijn beslissing betreffende het bevoegd paritair comité wijzigen op basis van dat verslag.

4. Aansprakelijkheid voor de werkgeversgroepering

De leden-ondernemingen van de werkgeversgroepering zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de fiscale en sociale schulden van de werkgeversgroepering en dit zowel ten aanzien van de werknemers als ten aanzien van derden.

Na vier jaar zal de Nationale Arbeidsraad deze wettelijke bepalingen evalueren.

Leila Mstoianleila.mstoian@peeters-law.be
Marcel Houbenmarcel.houben@peeters-law.be