Ziek zijn tijdens uw vakantie

Het Europese Hof van Justitie komt de werknemers ter hulp, maar het lijkt toch allemaal niet zo eenvoudig.

Het Europese Hof van Justitie (EHJ) besliste vorige week dat de dagen van ziekte tijdens de vakantie niet kunnen in rekening gebracht worden als vakantiedagen. Anders gesteld: u heeft twee weken vakantie, maar tijdens die vakantie bent u één week ziek (of arbeidsongeschikt) om een of andere reden. Wel, volgens de uitspraak van het EHJ heeft u dan maar één week vakantie genomen en heeft u dus nog recht op een extra week vakantie.

Op het eerste zicht lijkt dit rechtvaardig, omdat een vakantie tot doel heeft de werknemer de gelegenheid te geven om uit te rusten en te recupereren en als u ziek bent is er uiteraard geen sprake van uitrusten.

Maar is dit wel zo rechtvaardig in alle omstandigheden ?

Op het eerste zicht lijkt dit ook eenvoudig, maar is het dat wel?

Deze uitspraak van het EHJ gaf in de Belgische nieuwsmedia onmiddellijk aanleiding tot allerhande commentaren van diverse instanties, sociale partners, enz. omdat deze uitspraak een aanpassing vergt van de Belgische wetgeving. De Belgische werkgeversorganisaties blonken daarbij uit door de nadruk te leggen op de mogelijke misbruiken die door die nieuwe regeling in de schoot van de werknemers worden gelegd. Persoonlijk ben ik van mening dat die reactie de werknemers in het algemeen onrecht aandoet.

Een en ander belet nochtans niet dat de uitspraak van het EHJ een aantal vragen doet rijzen.

De Belgische wetgeving bepaalt nu dat hetgeen eerst voorkwam (de ziekte of de vakantie), de bovenhand houdt: aldus, indien u uw vakantie gepland heeft, bij wijze van voorbeeld, vanaf 15 tot en met 31 juli en u bent ziek van 14 juli tot en met 20 juli dan gelden de ziektedagen tijdens uw geplande vakantie niet als vakantiedagen; u heeft dus nog recht op extra dagen vakantie; daarentegen, indien u in het voorbeeld hierboven ziek wordt van 16 juli tot en met 22 juli, dan worden die ziektedagen in aanmerking genomen als vakantiedagen en uw week vakantie, tijdens dewelke u ziek was, is naar de vaantjes.

De Belgische wetgeving zal dus moeten aangepast worden aan de uitspraak van het EHJ omdat in overeenstemming met die uitspraak de dagen van ziekte in de beide voorbeelden hierboven NIET kunnen in rekening gebracht worden als vakantiedagen.

Op basis van de redenering hierboven (vakantie is uitrusten) lijkt dit rechtvaardig, maar is het dat wel ?
Voorbeeld: meneer Jansens wil zijn vakantie gebruiken om zijn fysieke conditie aan te zwengelen en hij beslist om daarom elke dag van zijn vakantie een flinke fietstocht te gaan maken in de Ardennen. Helaas, tijdens de tweede fietstocht komt hij zwaar ten val en breekt zijn rechterpols en rechterschouderblad. Hij is dus ziek en arbeidsongeschikt ten gevolge van zijn vakantie-activiteiten. Is in die omstandigheden een lijnrechte toepassing van de uitspraak van het EHJ rechtvaardig ? Wij denken van niet.

Is de toepassing van het principe, zoals bepaald door het EHJ, eenvoudig ? Op het eerste zicht blijkbaar wel, maar is dat in praktijk ook zo ?
Voorbeeld: meneer Jansens beslist om tijdens zijn vakantie Mexico te bezoeken. Hij is spijtig genoeg niet voorzichtig en gebruikt gewoon kraantjeswater bij het poetsen van zijn tanden. Gevolg ? … Turista ! Gedurende vijf dagen ligt meneer Jansens in zijn hotel in Mexico doodziek in bed met diarree, braken, buikkrampen enzovoort. In de eerste plaats is het hier duidelijk dat meneer Jansens ziek is (en arbeidsongeschikt) ten gevolge van de manier waarop hij zijn vakantie heeft ingevuld. Bovendien moet de heer Jansen uiteraard het bewijs leveren aan zijn werkgever dat hij in Mexico gedurende 5 dagen doodziek in zijn bed gelegen heeft in plaats van de Mexicaanse zon te genieten op het strand. Hoe moet/kan de heer Jansen dat bewijzen ? Gewoon door een attest van een of andere Mexicaanse meneer, die beweert dat hij geneesheer is en een ziekte-attest (in het Spaans) opstelt ? Of kan de werkgever vereisen van de werknemer dat zij/hij een attest voorlegt van een Mexicaanse geneesheer, die door de Belgische ambassade als geneesheer is erkend (zoals dat vereist wordt in andere reglementeringen, zoals, bij wijze van voorbeeld, de reglementering inzake arbeidsvergunningen) ?

De Belgische wetgever doet er dus toch maar best aan om grondig te overleggen en na te denken vooraleer de Belgische wetgeving blindelings aan te passen aan de uitspraak van het EHJ.

26 juni 2012

Marcel Houben - marcel.houben@peeters-law.be

Leer meer over dit onderwerp : schrijf in op onze nieuwsbrief!

E-mail *