Fiscale aspecten van een inkoop
van eigen aandelen

Vanuit fiscaal oogpunt kan een inkoop van eigen aandelen een interessant vehikel zijn, zeker wanneer hiertoe ook economische of financiële redenen voor handen zijn.

Enkele motieven kunnen zijn: het openstellen van het aandeelhouderschap voor derden zonder dat deze te hoge bedragen moeten storten, het optimaliseren van de financiële structuur, en verdere motieven zoals reeds vermeld in het vorige artikel.

Let wel dat een inkoop van eigen aandelen louter omwille van fiscale motieven in bepaalde gevallen toch af te raden is (cfr. infra).

Het fiscaal regime van de inkoop van eigen aandelen door een vennootschap kan als volgt kort worden samengevat:

het positieve verschil tussen de inkoopprijs (of bij ontstentenis de waarde van de aandelen) en het gedeelte van het (gerevaloriseerde) gestorte kapitaal dat de verkregen aandelen vertegenwoordigen, wordt als een uitgekeerd dividend aangemerkt;

fiscaal wordt pas een uitgekeerd dividend weerhouden op het ogenblik dat ofwel :
a. op de verkregen aandelen waardeverminderingen worden   geboekt;
b.de aandelen worden vervreemd;
c. de aandelen worden vernietigd;
d. en uiterlijk bij de ontbinding of vereffening van de vennootschap.

De inkoop zal geacht worden proportioneel betrekking te hebben op het gestorte kapitaal en op de reserves.

Overeenkomstig artikel 186 WIB 92 zal het positieve verschil tussen inkoopprijs en het gedeelte van het gerevaloriseerd volstort kapitaal dat de ingekochte aandelen vertegenwoordigen, als een dividend worden beschouwd, onderhevig aan hetzelfde tarief van belastingen als bij vereffening of gedeeltelijke verdeling van het maatschappelijk vermogen. Voorlopig is dit tarief nog vastgesteld op 10%.  Er kan verzaakt worden aan deze voorheffing indien de aandeelhouder een vennootschap binnen de EU is die minimum 10% van de aandelen aanhoudt van de betrokken vennootschap gedurende een ononderbroken periode van 12 maand.

Wanneer de inkoop enkel wordt geïnspireerd door fiscale overwegingen (het belasten van de inkoopbonus ad 10% daar waar men bij een gewone dividenduitkering 25% of 15% voorheffing had moeten betalen), dan durft de administratie de inkoop wel eens aan te vallen op grond van artikel 344 par. 1 WIB 92 (anti-misbruikbepaling).

Ons lijkt het dat wanneer er andere rechtsgevolgen worden toegekend aan een inkoop van eigen aandelen versus een gewone dividenduitkering, de fiscus de herkwalificatie niet succesvol kan weerhouden. Dit is zeker het geval bij een niet-proportionele inkoop van aandelen (dividenden worden meestal proportioneel toegekend aan alle aandeelhouders; let evenwel op voor het basisprincipe van de gelijke behandeling van alle aandeelhouders), of nog wanneer het een proportionele inkoop betreft waarbij één of meerdere aandelen worden vernietigd (vermindering van het maatschappelijk kapitaal en verdwijning ingekochte aandelen, terwijl bij dividenduitkering het aandeel zelf niet wordt aangetast).

In andere gevallen is enige voorzichtigheid (en valabele economische of financiële motieven voor de inkoop) zeker aangewezen, en zal men zeker vermijden opeenvolgende inkopen van eigen aandelen toe te passen om aldus het vermogen van de vennootschap fiscaal voordelig uit te keren aan een of meerdere aandeelhouders.

Te noteren dat in de wandelgangen steeds meer gewag gemaakt wordt van een uniforme behandeling van uitkering van dividenden en liquidatiebonus (taxatie ad 20%?), waardoor het fiscaal nut van een inkoop eigen aandelen wellicht op termijn grotendeels zal verdwijnen.

07 april 2011

Bruno Gernay - bruno.gernay@talint.be

Leer meer over dit onderwerp : schrijf in op onze nieuwsbrief!

E-mail *