Wat met het recht op arbeid
ingeval van een staking?

De opeenvolgende vakbondsacties op het niveau van
de provincies worden (voorlopig ?) afgesloten met een
nationale staking op 15 december.
Blijven zij die willen werken in de kou staan ?

De raadgevingen die door de overheidsinstanties via de media werden verspreid ter gelegenheid van de vakbondsactie op 8 december in Vlaams-Brabant, Waals-Brabant en Brussel waren opvallend: "misschien best een dagje vakantie nemen want er kunnen blokkades zijn op de autostrades en/of de industrieterreinen!". Zelfs over de files richting Brussel werd met geen woord gerept op de radio.

Alhoewel een recht op staken niet expliciet in de Belgische nationale wetgeving wordt voorzien, heeft het Hof van Cassatie dat recht sedert lang impliciet aanvaard.

Het Europees Sociaal Handvest kent expliciet in artikel 6.4 het recht toe aan de werknemers (en de werkgevers) om collectief op te treden in geval van belangengeschillen, met inbegrip van het stakingsrecht. Door de rechtstreekse werking van het Handvest geldt dit dus ook als rechtsregel in België.

Ook in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie wordt het recht van de werknemers erkend om in geval van belangenconflicten collectieve acties te ondernemen, met inbegrip van staking, en dit overeenkomstig het gemeenschapsrecht en de nationale wetgevingen en praktijken.

Dat stakingsrecht is dus geenszins absoluut: voor grensoverschrijdende acties impliceert dat aldus dat de Europese vrijheden (zoals o.a. het vrij verkeer van goederen en het vrij verkeer van diensten) niet ongeoorloofd mogen beknot worden.

Maar ook op nationaal vlak mag de wijze van uitoefening van het stakingsrecht geen afbreuk doen aan de fundamentele rechten en vrijheden van de anderen.

De vrijheid van ondernemen is thans ingeschreven in het Wetboek Economisch Recht (artikel II.3) en het recht op arbeid is opgenomen in de Grondwet.

Ook de openbare veiligheid en de openbare orde mogen niet in het gedrang gebracht worden door stakingsacties.

1. Wat betekent dit?

Deze principes houden theoretisch in dat, bijvoorbeeld, een stakingspiket werkwillige collega’s niet mag verhinderen om zich naar de werkplaats te begeven.

Ook klanten die een grootwarenhuis wensen te bezoeken (een fundamentele voorwaarde voor de vrijheid van ondernemen van de uitbater van het grootwarenhuis), mogen in principe de toegang niet ontzegd worden door een stakingspiket.

En een blokkade van een autostrade of een blokkade van de openbare weg, die toegang geeft tot een industrieterrein, is ongetwijfeld een verstoring van de openbare orde.

2. Welke acties kunnen ondernemingen en werkwillige werknemers ondernemen?

Spijtig genoeg liggen theorie en praktijk in deze materie dikwijls ver van elkaar.

Voor de handhaving van de openbare orde in geval van wegblokkades is geen tussenkomst van de rechtsmacht noodzakelijk. Toch lijkt de openbare macht in de meeste gevallen eerder terughoudend om op te treden.

De individuele ondernemer, die ongeoorloofde inbreuken op zijn vrijheid van ondernemen wil voorkomen, of de individuele werknemer, die zijn recht op arbeid wil gehandhaafd zien, dient daarentegen wel beroep te doen op de rechter.

Die mogelijkheid wordt hen geboden door artikel 584, al. 3 van het Gerechtelijk Wetboek. Dat voorziet de mogelijkheid om in geval van spoedeisendheid en volstrekte noodzakelijkheid, met een eenzijdig verzoekschrift, een verbod te bekomen tot het plegen van dergelijke inbreuken. Een dwangsom in geval van niet-naleving van het verbod geldt daarbij meestal als efficiënte stok achter de deur.

Aan de voorwaarde van spoedeisendheid is voldaan ingeval de gevorderde maatregelen enkel een efficiënte uitwerking kunnen hebben als zij onmiddellijk en zonder uitstel worden uitgevoerd.

Aan de voorwaarde van volstrekte noodzakelijkheid van een eenzijdig verzoekschrift is voldaan indien de efficiënte uitwerking van de gevorderde maatregelen in het gedrang zou komen door het voeren van een tegensprekelijke procedure te vereisen. Bovendien is een tegensprekelijke procedure in deze materie veelal onmogelijk omdat de identiteit van de actievoerders onbekend is.

Maar ook hier liggen theorie en praktijk dikwijls ver uit elkaar.

Eerst en vooral spelen de inzichten van de rechter, die de situatie en de gevorderde maatregelen discretionair tegen elkaar afweegt, een doorslaggevende rol.

Vooral in geval van acties van één dag, is tijdsnood dikwijls een onoverkomelijke obstakel. Ook al doet de rechter in dergelijke gevallen onmiddellijk uitspraak, toch verstrijken er in de praktijk een aantal uren vooraleer de maatregelen kunnen afgedwongen worden.

Als eerste stap is een vaststelling door de gerechtsdeurwaarder van de feitelijkheden van de actie een uiterst nuttig element om de rechter te overtuigen van de realiteit van de aangevoerde feitelijkheden.

De tweede stap is dan een bezoek aan de rechter, die uiteraard ook de nodige tijd moet nemen om het bevelschrift op geldige wijze op te maken.

Vooraleer de gerechtsdeurwaarder zich dan met het bevelschrift  ter plaatse kan begeven om de maatregelen te doen naleven, eventueel met ondersteuning van de openbare macht, is een belangrijk deel van de dag verstreken.

Voorafgaandelijk een bevelschrift bekomen is meestal een heikele aangelegenheid omdat een rechter – begrijpelijkerwijze ? – niet graag vooruit loopt op louter theoretische situaties.

3. Besluit

Hoe dan ook, het stakingsrecht is geen absoluut recht.

Ook al is het veelal vanuit praktisch oogpunt zeer moeilijk om efficiënt op te treden tegen een ongeoorloofde wijze van uitoefening van het stakingsrecht, toch lijkt het ons te verregaand dat overheidsinstanties werkwilligen openbaar aanraden om toch maar een dagje vakantie te nemen.

Ons kantoor is in alle geval stand-by om bedrijven en werknemers bij te staan in de acties die zij wensen te ondernemen tegen vakbondsacties, die hen verhinderen te ondernemen of te werken.

11 december 2014

Marcel Houben - marcel.houben@peeters-law.be


Leer meer over dit onderwerp : schrijf in op onze nieuwsbrief!

E-mail *