Afrekening van het vakantiegeld
voor deeltijdse werknemers

Voor het einde van het jaar moet, voor de werknemers
die in de loop van het jaar overschakelden van
een voltijdse betrekking naar een deeltijdse betrekking,
een afrekening worden gemaakt van het vakantiegeld.

Die afrekening is nodig omdat het recht op dagen vakantie en het recht op vakantiegeld tijdens een kalenderjaar wordt opgebouwd door de prestaties tijdens het voorgaande kalenderjaar.

Een werknemer die tijdens het jaar 2012 het ganse jaar voltijds gewerkt heeft, heeft dus in 2013 recht op 20 dagen vakantie, het normale loon voor die 20 dagen (het enkel vakantiegeld) en het dubbel loon voor die 20 dagen (het dubbel vakantiegeld).

Voor werknemers die in de loop van 2013 overstappen van voltijdse naar deeltijdse arbeidsprestaties voordat zij in 2013 alle vakantiedagen hebben opgenomen, heeft dit als gevolg dat zij de volledige 20 vakantiedagen niet meer kunnen opnemen (een dag vakantie, waarop men deeltijds werkt, geldt immers maar als een deeltijdse dag vakantie). Dat verschil moet door de werkgever gecompenseerd worden voor het einde van het jaar.

Ter illustratie gaan we uit van een persoon die (in de loop van 2013) vanaf 1 oktober 2013 halftijds begint te werken en op dat ogenblik nog 5 dagen vakantie tegoed heeft. Tijdens de periode van 1 oktober tot 31 december 2013 neemt hij dan ook 5 dagen vakantie op. Doch, rekening houdend met zijn overstap naar halftijdse arbeidsprestaties, heeft hij in feite tijdens die laatste drie maanden van 2013 slechts 2,5 dagen vakantie genomen, waardoor hij nog 2,5 dagen vakantie tegoed heeft. Gevolg is dan ook dat deze vakantiedagen, die hij tegoed heeft, door de werkgever voor het einde van het jaar gecompenseerd moeten worden door de betaling van het overeenstemmende vakantiegeld.

Dit is vergelijkbaar met het systeem van betaling van het vakantiegeld bij vertrek in geval van beëindiging van de arbeidsovereenkomst, met dit verschil dat vaste eindejaarspremies niet worden opgenomen in de jaarlijkse bezoldiging, die als basis dient voor de berekening ervan.

Bovendien, nu deze persoon in 2013 gedurende 9 maanden voltijds gewerkt heeft en 3 maanden halftijds, heeft hij in 2014 recht op 15 volledige dagen vakantie en 5 halve dagen. Maar indien die persoon in 2014 verder halftijds werkt, dan zal hij op het einde van het jaar 2014 maar 20 halve dagen, of 10 volle dagen, vakantie genomen hebben. Dat verschil moet voor het einde van dit jaar (2013) eveneens gecompenseerd worden door de werkgever door betaling van het overeenstemmende vakantiegeld.

Vanaf 1 januari 2014 zal dit tweede gedeelte van de compenserende vergoeding niet meer moeten uitbetaald worden op het einde van het jaar van de vermindering van de prestaties, maar wel in het daarop volgend jaar. De werkgever dient dus vanaf volgend jaar dat deel van het vakantiegeld niet meer te pre-financieren.

Het is belangrijk te noteren dat deze afrekening verplicht is bij elke vermindering van arbeidsprestaties, hoe gering deze vermindering ook moge wezen.

30 november 2013

Marcel Houben - marcel.houben@peeters-law.be

Leer meer over dit onderwerp : schrijf in op onze nieuwsbrief!

E-mail *