Aanpassingen aan de wetgeving inzake
de continuïteit van ondernemingen

Op 1 augustus 2013 werden een aantal aanpassingen
aan de wetgeving betreffende de continuïteit van de ondernemingen (WCO) van kracht.


Het doel van deze aanpassingen is een aantal pijnpunten op te lossen waarmee deze insolventieprocedure geconfronteerd werd.

Het is evenwel geen grondige aanpassing. De grondbeginselen van deze wetgeving blijven stand houden, en het behoud van de ondernemingen en hun ontplooiing blijft centraal staan.

Niettegenstaande deze doelstelling wordt de toegangsdrempel tot de WCO-procedure enigszins verhoogd. De toegangsprocedure is veel strikter, wat betekent dat een grondige voorbereiding noodzakelijk zal zijn om te vermijden dat het verzoek wordt afgewezen.


Bovendien zal de relevante financiële informatie door een externe accountant of een bedrijfsrevisor geattesteerd moeten worden.

De kostprijs voor het starten van een procedure gaat onder meer hierdoor substantieel de hoogte in.

Accountants en bedrijfsrevisoren krijgen niet alleen een rol toebedeeld bij het attesteren van de financiële informatie. Zij zullen, evenals de belastingconsulenten, in de toekomst wettelijk verplicht moeten bijdragen aan het handelsonderzoek. Zij krijgen nu immers ook de verplichting opgelegd om de rechtbank op de hoogte te brengen wanneer zij feiten vaststellen die de continuïteit van de onderneming in het gedrang brengt en deze niet tijdig en afdoende geremedieerd worden door het bestuur van de onderneming. Het bestuur moet immers de continuïteit van de onderneming minstens twaalf maanden waarborgen.

Schuldeisers worden in de toekomst beter geïnformeerd over het verloop van de procedure, onder andere door het opzetten van een elektronisch dossier, dat vanop afstand kan geconsulteerd worden. Schuldeisers zullen ook tijdens de procedure op de hoogte moeten worden gesteld bij elke wijziging.

De wet beoogt het risico op concurrentievervalsing, dat zich kan voordoen als gevolg van een procedure tot gerechtelijke reorganisatie, te beperken. In sectoren, waar een beperkt aantal spelers actief zijn, kan de opschorting een storende werking hebben op het vlak van concurrentie. Daarenboven kan een reorganisatie met een moratorium of kwijtschelding van schulden een wijziging in de concurrentiële verhoudingen veroorzaken.

Zo wordt aan de rechtbank een beoordelingskader geboden, om hen toe te laten de homologatie van een collectief akkoord te weigeren. Het toetsingscriterium is hierbij de openbare orde.

Daar waar tot op heden kwijtscheldingen tot 100% van de schuldvordering konden worden bedongen, beperkt de wet de kwijtschelding tot ten hoogste 85%. De openbare schuldeisers, zoals RSZ en belastingen, worden behandeld zoals de best behandelde gewone schuldeiser. Hun positie wordt met andere woorden opnieuw verbeterd ten overstaan van andere schuldeisers.

Een belangrijk aspect is dat de bepalingen inzake de overdracht van werknemers, ingeval van een overdracht onder gerechtelijk gezag, grondig zijn gewijzigd. De regels waarmee de gerechtsmandataris in de toekomst rekening zal moeten houden, in verband met de overdracht van de rechten en verplichtingen van werknemers betrokken bij een overdracht, zijn niet beperkt tot de bepalingen van de wet. Deze zal immers verder verduidelijkt worden in een collectieve arbeidsovereenkomst die in de Nationale Arbeidsraad zal gesloten worden.

Ook omtrent de werknemers-vertegenwoordigers in de organen van de onderneming, heeft de wetgever voorzien dat deze in principe bij een overdracht verdergezet worden in hun bestaande constellatie, tenzij anders overeengekomen wordt. Beschermde werknemers (in het kader van de werknemers-vertegenwoordiging) behouden hun bescherming, zelfs na overdracht.

01 augustus 2013

Leo Peeters - leo.peeters@peeters-law.be

Leer meer over dit onderwerp : schrijf in op onze nieuwsbrief!

E-mail *