Enkele interessante topics betreffende
de Di Rupo I fiscale wetten

Eind januari 2013, ongeveer een jaar nadat de
Di Rupo I regering zijn ambtstermijn begon,
werden niet minder dan zeven nieuwe fiscale wetten uitgevaardigd, sommige als reparatiewetten, andere om nieuwe fiscale maatregelen in te voeren.

Wij gaan in deze nieuwsbrief niet in op de diverse maatregelen, die tijdens vorige maanden reeds uitvoerig werden besproken in diverse publicaties en seminaries.

Het is de bedoeling om hieronder enkele interessante topics aan te halen uit de voornoemde wetten :

1. Sedert 2013 worden ‘grote’ vennootschappen (in tegenstelling tot kleine vennootschappen zoals bedoeld in artikel 15 van het Wetboek Vennootschappen) onderworpen aan een meerwaardebelasting van 0,4% bij verkoop van aandelen die normaliter vrijgesteld zijn (omdat ze meer dan een jaar werden gehouden en geen betrekking hebben op vennootschappen in belastingparadijzen). De meerwaarden kunnen niet gecompenseerd worden met minderwaarden op andere aandelen. Overigens kunnen noch courante noch vorige fiscale verliezen  worden afgezet tegenover deze meerwaarden, zodat de 0,4% belasting steeds verschuldigd is.

2. Gelijkaardig aan het voorgaande, moeten vennootschappen die firmawagens bezitten of leasen, en deze gratis ter beschikking stellen van hun personeel, vanaf aanslagjaar 2013 (boekjaren afgesloten per 31/12/2012 of later) een bedrag van 17% van het voordeel alle aard in Verworpen Uitgaven opnemen, zonder enige mogelijkheid hiertegenover huidige of vorige verliezen af te zetten. Dit betekent dat zelfs vennootschappen met belangrijke (vorige) fiscale verliezen nu steeds deze minimumbelasting verschuldigd zullen zijn.

3. Aan de BTW zijde, bestaan er sinds 2013 nieuwe regels die de BTW recuperatie op bedrijfsmiddelen slechts toelaten ten belope van het beroepsmatig gebruik. Voor auto’s is dat met een maximum van 50% zoals vroeger. De administratie stelt drie methodes voor (werkelijke beroepskilometers, semi forfaitaire methode, en aftrek ten belope van 35% indien de vennootschap 4 of meer ‘voertuigen’ heeft). Zonder in detail te treden, lijkt de tweede methode de meest interessante indien de genieter van de wagen weinig of geen woon-werkverkeer heeft.  Indien een vennootschap opteert voor de derde methode, zal deze over minstens 4 ‘voertuigen’ moeten beschikken (waarbij niet gespecifieerd wordt wat onder voertuig moet worden verstaan – een bedrijfsfiets zou hier kunnen onder vallen -!).

4. Nieuwe ‘thin cap’ regels werden uitgevaardigd sedert juli 2012. Vennootschappen die deel uitmaken van een groep of met andere vennootschappen een consortium vormen (cfr artikel 11 Wetboek Vennootschappen) kunnen hun interesten niet meer aftrekken op van de groepsleden ontvangen leningen of rekening-couranten, indien deze meer dan 5 maal hun gestort kapitaal (einde boekjaar) en belaste reserves (begin boekjaar) overschrijden. Vennootschappen of bijhuizen in België, die deel uitmaken van een groep, kunnen best hun intercompany leningen analyseren om te zien of zij hier niet onder vallen, daar nu veel aandacht zal worden besteed aan deze regel bij belastingcontrole.

5. Tevens zullen voor groepsvennootschappen ook veel meer transfer pricing controles plaatshebben in 2013 (men verwacht het dubbele van de in 2012 uitgevoerde controles !). De regering heeft immers veel meer belastingambtenaren ingeschakeld voor de correcte toepassing van verrekenprijzen tussen groepsvennootschappen, daar ze hieruit veel inkomsten voor de Schatkist verwacht ingeval de transfer pricing policy niet goed verantwoord en gedocumenteerd werd. Men weze gewaarschuwd!

6. Sedert 2013 zijn de roerende inkomsten (interesten, dividenden, royalties, inkomsten uit roerende verhuring, …) onderworpen aan een roerende voorheffing van 25%. Er bestaan echter nog enkele uitzonderingen waarbij 15% of zelfs 10% verschuldigd is (inkomsten uit spaardeposito’s, royalties uit auteursrechten, liquidatieboni, ...).

7. Tenslotte is het niet oninteressant te vermelden dat veel auteurs menen dat het toepassingsgebied van de nieuwe ‘ant-misbruikbepaling’ van artikel 344 WIB zeer beperkt zal blijven, onder meer omdat er een ‘rechtshandeling’ vereist is (vb. het feit aandeelhouder te zijn van een ‘betwiste’ managementvennootschap is geen ‘rechtshandeling’ en derhalve kan die vennootschap als dusdanig niet genegeerd worden) en ook omdat één enkel andere motivatie dan het ontwijken van ‘inkomstenbelastingen’ voldoende zou zijn om deze wetsbepaling niet toe te kunnen passen (in een extreem geval zou een rechtshandeling met als doel het ontwijken van inkomstenbelasting én het ontwijken van registratierechten, al voldoende zijn om buiten de werkingssfeer van art. 344 WIB te vallen!).

14 februari 2013

Bruno Gernay - Talint (Tax & Legal Consultants)
bruno.gernay@talint.be

Leer meer over dit onderwerp : schrijf in op onze nieuwsbrief!

E-mail *