De erkenning van ondernemingen
gespecialiseerd in financieringshuur
Gewijzigde voorwaarden

Bij Ministerieel Besluit van 20 september 2012
(hierna “M.B.”) zijn de erkenningsvoorwaarden gewijzigd voor ondernemingen die gespecialiseerd zijn in financieringshuur. De nieuwe voorwaarden gelden vanaf 25 september 2012.

Ondernemingen die al erkend zijn, krijgen tot 25 september 2013 de tijd om zich te confirmeren naar de nieuwe erkenningsvoorwaarden.

De erkenningsplicht is het gevolg van de inwerkingtreding van artikel 22 van de wet van 4 maart 2012 betreffende de Centrale voor Kredieten aan Ondernemingen.

Deze wet bepaalt immers dat ook ondernemingen die onroerende financieringshuurovereenkomsten sluiten, thans onderworpen zijn aan de erkenning. Hiertoe werd, ter uitvoering van het gewijzigde Koninklijk Besluit nr. 55 van 10 november 1967 (hierna “K.B. nr. 55” genoemd), voormeld M.B. opgemaakt.

Dit besluit voorziet ook in de herziening van de erkenningen verleend aan ondernemingen gespecialiseerd in roerende leasing.

1.     De leasingactiviteiten beoogd door het K.B. nr. 55

Alvorens nader in te gaan op de gewijzigde erkenningsvoorwaarden, worden hierna de wezenskenmerken van de roerende financieringshuur  of “roerende leasing”, alsook die van de onroerende financieringshuur of “onroerende leasing”, zoals deze bepaald zijn in het K.B. nr 55, beknopt weergegeven.

Overeenkomstig artikel 1 van het K.B. nr. 55 wordt de roerende leasing gekenmerkt als volgt:

(i) Zij heeft betrekking op bedrijfsmateriaal dat door de huurder uitsluitend voor beroepsdoeleinden wordt gebruikt;

(ii) Het materieel wordt door de verhuurder speciaal met het oog op de huur gekocht, en dit op gespecificeerde aanwijzing van de toekomstige huurder;

(iii) De in het contract bepaalde duur moet overeenstemmen met de vermoedelijke duur van het bedrijfsgebruik van het materieel;

(iv) De huurprijs dient zo te worden vastgesteld dat de waarde van het gehuurde materieel erdoor wordt afgeschreven over de in het contract bepaalde duur;

(v) Het contract dient ten behoeve van de huurder in de mogelijkheid te voorzien op het einde van de huur de eigendom van het gehuurde materieel te verwerven, tegen betaling van een prijs die in het contract wordt bepaald, en die  dient overeen te stemmen met de vermoedelijke residuele waarde van dat materieel.

Overeenkomstig dat zelfde artikel, wordt de onroerende leasing gekenmerkt als volgt:

(i) Zij heeft betrekking op bebouwde onroerende goederen;

(ii) Het contract dient een vaste termijn te hebben;

(iii) De huurprijs dient zo te worden vastgesteld dat de investering in het bebouwd onroerend goed volledig wordt weder samengesteld door de som van de huurgelden;

(iv) Het genot van de gebouwen en van de grond waarop ze zijn opgericht moet door de verhuurder aan de huurder worden toegestaan op grond van een contract dat niet automatisch de zakelijke rechten overdraagt waarover de verhuurder beschikt;

(v) Het contract dient ten behoeve van de huurder in de mogelijkheid te voorzien op het einde van de huur de zakelijke rechten betreffende het gehuurde goed te verwerven, tegen betaling van een prijs die in het contract wordt bepaald.

2.    Erkenningsaanvraag

Ondernemingen gespecialiseerd in (roerende en/of onroerende) financieringshuur die hun activiteiten willen uitoefenen dienen ter zake over een erkenning van de minister van Economische zaken te beschikken. De aanvraag tot erkenning dient schriftelijk te worden ingediend bij de FOD Economie, KMO, Middenstand en Energie.

Bij haar erkenningsaanvraag dient de onderneming aan te tonen dat ze:

onder de vorm van een handelsvennootschap is opgericht;

beschikt over een volstort kapitaal van minstens:
    -    hetzij 750.000 EUR voor roerende financieringshuur;
    -    hetzij 750.000 EUR voor onroerende financieringshuur;
    -    hetzij 1.500.000 EUR voor beide verrichtingen.
Hierbij dient te worden opgemerkt dat indien de onderneming nog andere activiteiten dan financieringshuur uitoefent, waarvoor een minimumkapitaal vereist is, dan het hoogst vereiste kapitaalbedrag van toepassing is.

ingeschreven is in de Kruispuntbank van Ondernemingen (KBO) of in een vergelijkbaar register dat toelaat de onderneming te identificeren wanneer zij in het buitenland is gevestigd;

voldoet aan de erkenningsvoorwaarden van artikel 78 van de wet van 12 juni 1991 op het consumentenkrediet.

Bovendien dient de onderneming bij haar verzoek tot erkenning, er zich toe te verbinden:

om het volstort minimumkapitaal aan te houden;

om een afzonderlijke boekhouding voor de financieringshuur-verrichtingen te voeren, indien ze andere activiteiten of verrichtingen dan financieringshuur uitoefent. De onderneming moet op basis van de gesloten financieringshuurovereen-komsten en volgens de rubrieken van de jaarrekening,  voor de financieringshuurverrichtingen de vorderingen op meer dan één jaar en de vorderingen op ten hoogste één jaar  kunnen weergeven;

dat de post ’Vorderingen op meer dan één jaar’ , volgens de rubrieken van de jaarrekening, voor minstens 80% wordt gefinancierd door de som van het eigen vermogen  en de schulden op meer dan één jaar ;

om aan de ambtenaren van de “dienst Krediet en Schuldenlast” bij de “Algemene Directie Regulering en Organisatie van de Markt” van de FOD Economie elk document te bezorgen dat toelaat het bewijs te leveren dat aan de erkenningsvoor-waarden van artikel 78 van de wet van 12 juni 1991 op het consumentenkrediet is voldaan;

om jaarlijks naar de “dienst Krediet en Schuldenlast” een goedgekeurde jaarrekening op te sturen, zodat er kan vastgesteld worden dat de onderneming aan de voorwaarden van de eerste drie punten hierboven, beantwoordt. Indien uit die jaarrekening blijkt dat de onderneming niet aan alle vereisten voldoet, dan zal ze op verzoek van  de “dienst Krediet en Schuldenlast” de nodige verklaringen geven, en desgevallend een remediëringsplan indienen;

om aan  de “dienst Krediet en Schuldenlast” inzage te verlenen van de gesloten financieringshuurovereenkomsten en van alle boekhoudkundige stukken in verband met deze overeenkomsten, waarvan de inzage noodzakelijk is voor het vervullen van hun opdracht.

3.    Erkenning

Het ministerieel besluit, dat de erkenning verleent, wordt bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.

De FOD economie stelt jaarlijks per 31 december de lijst vast van de op deze datum erkende ondernemingen die financieringshuur aanbieden en maakt deze de maand daarop (i.c. januari) in het Belgisch Staatsblad bekend.

Indien de ondernemingen niet meer voldoen aan de voorwaarden van het  M.B. en ter zake ook geen afdoend remediëringsplan wordt ingediend, dan wordt de erkenning bij ministerieel besluit ingetrokken. In dat geval wordt het intrekkingsbesluit uiterlijk één maand voorafgaand aan de bekendmaking bij uittreksel in het Belgisch Staatsblad schriftelijk meegedeeld aan de betrokken onderneming.

4.    Het lot van de reeds erkende ondernemingen.

Het M.B. van 20 september 2012 heft het voorheen geldende M.B. van 23 februari 1968 tot bepaling van de ondernemingen gespecialiseerd in financieringshuur, en waarvan het juridisch statuut door het K.B. nr. 55 geregeld wordt, volledig op.

De onder het M.B. van 23 februari 1968 reeds erkende ondernemingen krijgen tot 25 september 2013 de tijd om zich naar de nieuwe erkenningsvoorwaarden te schikken. Zij dienen hiertoe opnieuw een aanvraag tor erkenning in te dienen die beantwoordt aan de nieuwe voorwaarden. Bij gebreke hiervan, vervalt de aan de betrokken onderneming verleende erkenning van rechtswege.

Leo Peeters - leo.peeters@peeters-law.be
Pieter Dierckx - pieter.dierckx@peeters-law.be

Leer meer over dit onderwerp : schrijf in op onze nieuwsbrief!

E-mail *