ACTA overleeft het Europees Parlement niet

Het Europees Parlement heeft het anti-piraterij handelsverdrag (ACTA) op 4 juli 2012 verworpen.

Op 22 mei 2012 heeft de Europese rapporteur voor ACTA, David Martin, sterk geadviseerd tegen het Verdrag, door te stellen dat de beoogde voordelen van het Verdrag absoluut niet opwegen tegen de mogelijke bedreigingen voor de burgerrechten. Gelet op de vaagheid van sommige bepalingen en de onzekerheid van de interpretatie ervan, kan het Europees Parlement onder de uitvoering van ACTA de adequate bescherming van de burgerrechten in de toekomst niet garanderen.

Gedurende de laatste jaren heeft het ACTA verdrag voor aanzienlijke controverse gezorgd in de Europese politiek. Het multilaterale Verdrag had als doel het juridisch kader voor een internationale samenwerking vast te leggen teneinde de namaak in goederen, generische medicijnen en auteursrechtelijke inbreuken te bestrijden. Het beoogde de realisatie van een nieuw bestuursorgaan, buiten de bestaande fora zoals de WTO, de WIPO en de VN. De eerste gelekte versies bevatten echter verregaande en strenge maatregelen, met weinig respect voor de fundamentele rechten, zoals de monitoring verplichting voor Internet Service Providers of de “three strikes and you are out” regel.

Bijvoorbeeld, artikel 27 van het Verdrag betreffende de handhaving in de digitale omgeving schreef voor dat de handhavingsprocedures van de Partijen van toepassing zijn op inbreuken op auteursrechten of naburige rechten via digitale netwerken, waaronder het onwettig gebruik van middelen voor vergaande distributie met het oog op de inbreuk kan worden begrepen.  Niettemin gaf het Verdrag geen vrijgeleide aan de Partijen bij de toepassing van de handhavingsprocedures. Er diende bij de uitvoering van deze procedures immers vermeden te worden dat er hinderpalen geschept worden voor legitieme activiteiten zoals elektronische handel en de grondbeginselen zoals de vrijheid van meningsuiting en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer dienden te worden geëerbiedigd. Nochtans bleven verschillende bekommernissen overeind aangezien de implementering van dergelijke procedures tevens mocht gebeuren in de context van de samenwerking tussen de houders van intellectuele eigendomsrechten en Internet Service Providers. Dit zou er toe kunnen geleid hebben dat deze laatste een monitoringsbevoegdheid krijgen, of dat ze hun gebruikers kunnen bestraffen en aldus het rechtssysteem omzeilen.

Bovendien zette artikel 27 eveneens de deur open voor privacy kwesties nu het Verdrag de Internet Service Providers toestond om aan de houders van intellectuele eigendomsrechten snel informatie te verschaffen die volstaat voor de identificatie van een abonnee ten aanzien van wie wordt gesteld dat het abonnement is gebruikt voor inbreuk makende handelingen, wanneer de houder van een recht een voldoende onderbouwde vordering heeft ingesteld. Gelet op het feit de het Verdrag geen definitie voorzag van wie als bevoegde autoriteit kon beschouwd worden om de Internet Service Providers dergelijk bevel te geven, zou het mogelijk geweest zijn voor de houders van intellectuele eigendomsrechten om de persoonlijke gegevens van vermeende inbreukmakers te bekomen, zonder toelating van de rechtbank.

Een volgende bemerking is dat op basis van artikel 23 van het ACTA Verdrag inbreuken op commerciële schaal op intellectuele eigendomsrechten strafbaar werden gemaakt, zonder in dit verband de notie “commerciële schaal” te definiëren. Gelet op de ambiguïteit van deze term zou het iedereen die een auteursrechtelijk beschermd liedje of foto upload op zijn blog, of beschermde werken deelt via een P2P netwerk, gecriminaliseerd kunnen worden...

De hoofdredenen voor de verwerping van het Verdrag hebben voornamelijk hun oorsprong in het feit dat de onderhandelingen omtrent het Verdrag achter gesloten deuren zijn verlopen.  Het Europees Parlement betreurde dat de Partijen van het Verdrag deze onderhandelingen niet gevoerd hebben via de gevestigde organen zoals de WIPO en de WTO, dewelke degelijke kaders voorzien inzake publieke informatie en publieke consultatie. Het Parlement wees er tevens op dat het gedurende de laatste jaren vele inspanningen heeft geleverd teneinde de handhaving van intellectuele eigendomsrechten te harmoniseren, en ook dat de ACTA onderhandelingen de normale Europese besluitvormingsprocessen volledig omzeild hebben.

Niettemin geeft de Europese Commissie zich niet gewonnen en zal het aanpassingen aan het Verdrag voorstellen teneinde aan de bezorgdheden tegemoet te komen.

De stemming in het Parlement betekent overigens niet dat Europa haar ogen sluit voor namaak of enige andere inbreuk op intellectuele eigendomsrechten. Het impliceert dat de waarborg van de fundamentele rechten even belangrijk is als de bescherming van intellectuele eigendomsrechten.

Ondanks het feit dat ACTA misschien niet dermate veel zou veranderd hebben aan de Europese wetgeving, is duidelijk gemaakt dat het democratisch proces dient gerespecteerd te worden.

06 juli 2012

Griet Verfaillie - griet-verfaillie@peeters-law.be
Lynn Pype - lynn.pype@peeters-law.be

Leer meer over dit onderwerp : schrijf in op onze nieuwsbrief!

E-mail *