Nieuwe loonplafonds
vanaf 1 januari 2017

De wet van 3 juli 1978 betreffende
de arbeidsovereenkomsten

De loonplafonds worden jaarlijks, vanaf 1 januari, aangepast aan de evolutie van de lonen, zoals deze bepaald zijn in uitvoering van de collectieve arbeidsovereenkomsten
voor de particuliere sector.

Vanaf 1 januari 2017 worden de twee bestaande loonplafonds als volgt aangepast :

het plafond van € 33.221 wordt € 33.472;

het plafond van € 66.441 wordt € 66.944.

Deze loongrenzen zijn relevant voor het concurrentiebeding, het scholingsbeding en het arbitragebeding.

1. Het concurrentiebeding

Voor de handelsvertegenwoordigers is een concurrentiebeding enkel geldig indien het jaarloon hoger is dan € 33.472.

Voor de andere categorieën van werknemers geldt het volgende:

indien het bruto jaarloon niet hoger is dan € 33.472, is een concurrentiebeding in de arbeidsovereenkomst niet geldig;

indien het bruto jaarloon hoger is dan € 33.472, maar niet hoger dan € 66.944, is een concurrentiebeding slechts geldig voor de functies die vastgelegd werden bij een (sectorale) collectieve arbeidsovereenkomst;

indien het bruto jaarloon hoger is dan € 66.944, is een concurrentiebeding in de arbeidsovereenkomst in principe geldig, behalve voor de functies, voor dewelke het beding bij een (sectorale) collectieve arbeidsovereenkomst zou uitgesloten zijn.

2. Het scholingsbeding

Een scholingsbeding is een clausule waarbij werknemers die een opleiding volgen op kosten van hun werkgever, zich ertoe verbinden om een deel van deze opleidingskosten terug te betalen indien zij hun onderneming voor een afgesproken tijdstip verlaten.

Een scholingsbeding is maar geldig van zodra het bruto jaarloon hoger is dan € 33.472.

3. Het scheidsrechtelijk beding

Dit is een clausule waarbij werknemer en werkgever er zich toe verbinden om eventuele toekomstige geschillen aan een scheidsrechter voor te leggen.

Dit beding is slechts geldig voor de werknemers die aan volgende cumulatieve voorwaarden voldoen :

ze zijn belast met het dagelijks beheer van de onderneming, of ze hebben een beheersverantwoordelijkheid in een afdeling of bedrijfseenheid van de onderneming die kan vergeleken worden met die voor de gehele onderneming;

hun jaarloon is hoger dan € 66.944.

*   *   *

De opzeggingstermijn voor de bedienden,
op 31 december 2013 in dienst van
hun huidige werkgever

De twee genoemde loongrenzen, zoals toepasselijk op 31 december 2013 (namelijk respectievelijk € 32.254 en € 64.508), blijven relevant voor de vaststelling van de opzeggingstermijnen van de bedienden, die op 31 december 2013 in dienst waren van hun huidige werkgever, met name voor de vaststelling van de duur van de opzeggingstermijn op basis van de anciënniteit verworven op 31 december 2013. 

Sedert de wet betreffende het eenheidsstatuut werklieden / bedienden, is de totale duur van de opzeggingstermijn samengesteld uit twee delen, m.n. een eerste deel vastgesteld op basis van de anciënniteit verworven op 31 december 2013 en een tweede deel vastgesteld op basis van de anciënniteit verworven vanaf 1 januari 2014 tot op datum van betekening van de opzeggingstermijn (of datum van onmiddellijke beëindiging).



Voor het eerste gedeelte van de opzeggingstermijn wordt, behoudens de anciënniteit verworven op 31 december 2013, eveneens rekening gehouden met de jaarlijkse bezoldiging.

10 januari 2017

Leila Mstoianleila.mstoian@peeters-law.be
Marcel Houbenmarcel.houben@peeters-law.be

Leer meer over dit onderwerp : schrijf in op onze nieuwsbrief!

E-mail *