Nieuwe loonplafonds
vanaf 1 januari 2011

Voor de toepassing van een aantal bepalingen van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten zijn loonplafonds vastgesteld. Op 1 januari van elk jaar worden deze bedragen aangepast aan de evolutie van de lonen.

Het principe van de jaarlijkse aanpassing van de loonplafonds voor de toepassing van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten is vastgesteld in artikel 131 van de wet. De loonplafonds worden aldus jaarlijks, vanaf 1 januari, aangepast aan de evolutie van de lonen, waarbij niet alleen wordt rekening gehouden met de indexatie van de lonen, maar eveneens met andere verhogingen, zoals bepaald in de collectieve arbeidsovereenkomsten van de diverse sectoren.

Vanaf 1 januari 2011 werden de loonplafonds aldus als volgt aangepast:
-    het eerste plafond van EUR 30.327 werd EUR 30.535;
-    het tweede plafond van EUR 36.355 werd EUR 36.604;
-    het derde plafond van EUR 60.654 werd EUR 61.071.

Het loonplafond van EUR 30.535 is van belang met betrekking tot:

de mogelijkheid om een scholingsbeding op te nemen in de arbeidsovereenkomst (art. 22bis);

de mogelijkheid om een niet-concurrentiebeding te op te nemen in de arbeidsovereenkomst (art. 104 voor de handelsvertegenwoordigers en art. 65 voor de andere werknemers);

de toepassing van de wettelijke minimum opzeggingstermijnen te respecteren door de werkgever t.a.v. de bedienden (art. 82);

de vaststelling van de duur van de opzeggingstermijn te respecteren door de bedienden (art. 82);

de vaststelling van de duur van de termijn van de tegenopzegging in acht te nemen door de bedienden (art. 84);

het recht van de bedienden op afwezigheid tijdens de opzeggingstermijn (art. 85).

Al naargelang de jaarlijkse bruto bezoldiging lager of hoger is dan het tweede loonplafond ten bedrage van EUR 36.604, bedraagt de maximum duur van de proefperiode voor de bedienden 6 of 12 maanden (art.67).

Het derde loonplafond van EUR 61.071 is van belang met betrekking tot:

de mogelijkheid om een niet-concurrentiebeding in te schrijven in de arbeidsovereenkomst (art. 65);

de mogelijkheid om een scheidsrechtelijk beding op te nemen in de arbeidsovereenkomst (art. 69);

de mogelijkheid om de duur van de opzeggingstermijnen, te respecteren door de werkgever, overeen te komen bij de aanwerving (art. 82);

de vaststelling van de maximumduur van de opzeggingstermijn te respecteren door de bedienden (art. 82);

de vaststelling van de maximumduur van de termijn van de tegenopzegging door de bedienden (art. 84).

26 januari 2011

Marcel Houben