Nieuwe groepsvrijstelling voor de automobielsector in werking getreden  

Vanaf 1 juni 2010 trad de nieuwe
groepsvrijstellingsverordening 461/2010 van 27 mei 2010 betreffende de toepassing van artikel 101, lid 3,
van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) op groepen verticale overeenkomsten en onderling afgestemde gedragingen in de motorvoertuigensector in werking, in vervanging van de vorige
groepsvrijstellingsverordening 1400/2002.


Via een groepsvrijstellingsverordening kunnen verticale overeenkomsten die aan welbepaalde voorwaarden voldoen, buiten de toepassing vallen van het kartelverbod van art. 101 VWEU, voorheen art. 81 van het EEG-verdrag. Verticale overeenkomsten zijn overeenkomsten tussen leveranciers en afnemers die handelen in goederen en diensten, zoals distributieovereenkomsten. Deze kunnen mededingings-beperkende afspraken bevatten die in principe getoetst moeten worden aan het hoger beschreven kartelverbod.

De nieuwe groepsvrijstelling 461/2010 voorziet in een verschillende benadering al naargelang het gaat over de verkoop en wederverkoop van nieuwe voertuigen (de primaire markt) of de reparatie en onderhoud van voertuigen en de verkoop en wederverkoop van reserveonderdelen (de vervolgmarkt).


Wanneer en hoe zullen de regels veranderen?

De primaire markt (aankoop, verkoop en wederverkoop van nieuwe motorvoertuigen):

Voor wat betreft de verkoop en wederverkoop van nieuwe motorvoertuigen, zal de huidige groepsvrijstelling 1400/2002 worden verlengd tot en met 31 mei 2013.

Met ingang van de 1 juni 2013 zal de verkoop van nieuwe voertuigen worden onderworpen aan de nieuwe algemene groepsvrijstelling inzake verticale overeenkomsten 330/2010.

Dit betekent dat na een aanvullende periode van drie jaar volgens de huidige regels, de verkoop van nieuwe motorvoertuigen niet langer zal worden onderworpen aan een sectorspecifieke wetgeving, maar wel aan de algemene Europese mededingingsregels die van toepassing zijn op bijna alle andere economische sectoren.

De vervolgmarkt (herstelling en onderhoud van motorvoertuigen en verkoop en wederverkoop van reserveonderdelen voor motorvoertuigen):

Voor wat betreft de vervolgmarkt, is vanaf 1 juni 2010 de nieuwe groepsvrijstelling 461/2010 in werking getreden en de huidige groepsvrijstelling 1400/2002 komen te vervallen. De nieuwe algemene groepsvrijstelling inzake verticale overeenkomsten 330/2010 is ook van toepassing in aanvulling daarvan.

Daarnaast voorziet de Commissie in aanvullende richtsnoeren die een toelichting geven met betrekking tot vraagstukken die voor de motorvoertuigensector van bijzonder belang zijn, alsmede een interpretatie van een aantal bepalingen van Verordening 330/2010. Partijen uit de motorvoertuigensector die een distributieovereenkomst afsluiten, moeten deze richtsnoeren gebruiken als aanvulling op en in samenhang met de algemene verticale richtsnoeren om specifieke beperkingen op hun verenigbaarheid met artikel 101 VWEU te toetsen.

Wat zijn de belangrijkste nieuwe elementen?  

- Multibranding is niet langer verplicht: fabrikanten vallen voortaan ook nog onder de groepsvrijstelling indien zij hun distributeurs een exclusieve afnameverplichting opleggen van meer dan 80% van hun behoeften. Dit betekent dat de multibranding niet langer verplicht is voor de toepassing van de vrijstelling als de distributeur instemt om slechts één merk te verdelen. De geldigheid van al deze concurrentiebeperkende bedingen moet worden beperkt tot 5 jaar waarna de distributeurs ongehinderd moeten kunnen veranderen van merk of een ander merk moeten kunnen bijnemen, indien zij dit wensen.

- Combinatie van een selectief en exclusief distributiesysteem: Onder de nieuwe wetgeving, kan selectieve en de exclusieve distributie worden gecombineerd, met dien verstande dat de actieve verkoop buiten het toegewezen grondgebied wordt toegelaten.

- Mogelijkheid van koppeling van de verkoop van nieuwe auto's en aftersales: onder de nieuwe verordening kunnen fabrikanten hun distributeurs opleggen om ook de aftersales diensten te verlenen.

- Marktaandeel van de verkoop van nieuwe auto's (primaire markt): voortaan moet het marktaandeel van zowel de leverancier als van de distributeur op hun respectieve markten minder zijn dan 30%. Voor de toepassing van het nieuwe regime moet rekening gehouden worden met het marktaandeel van de twee verschillende markten, daar waar onder het oude regime alleen het marktaandeel van de fabrikant in aanmerking kwam. Toch wijzen de richtlijnen van de Europese Commissie erop dat verwacht wordt dat een kwantitatief selectief distributiesysteem waarschijnlijk in overeenstemming zal zijn met de mededingingsregels wanneer de fabrikant een marktaandeel heeft van niet meer dan  40%, zelfs ingeval ze geen gebruik kunnen maken van de groepsvrijstelling.

- Marktaandeel van de vervolgmarkt (aftersales): ingevolge de marktaandeeldrempel, vastgesteld op 30%, zullen de aftersalescontracten van het merendeel van de erkende herstellersnetwerken geen baat hebben bij de groepsvrijstellingsverordeningen. Dit komt omdat deze markt vaak merkspecifiek is en de fabrikanten daardoor een hoger marktaandeel zullen hebben. Daarom zal het nodig zijn om de verenigbaarheid ervan met de mededingingsregels op individuele basis te beoordelen. Rekening houdend met de nieuwe richtsnoeren, zal het merendeel van de erkende aftersales netwerken eerder moeten opereren als een kwalitatief dan kwantitatief netwerk.

- Locatie clausule: zolang aan de marktaandeeldrempel van 30% is voldaan, zal het mogelijk zijn om in clausules te voorzien die als doel hebben te voorkomen dat de distributeurs nieuwe vestigingen openen.

- Hardcore beperkingen:

De nieuwe groepsvrijstelling 461/2010 bevat drie hardcore-beperkingen voor de vervolgmarkt (aftersales), namelijk :

(a) De beperking van leden van een systeem van selectieve distributie om  reserveonderdelen te verkopen aan onafhankelijke herstellers die deze onderdelen wensen aan te wenden voor de reparatie en het onderhoud van een motorvoertuig.

(b) De beperking van een leverancier van vervangings-onderdelen, reparatie-, diagnoseapparatuur of andere apparatuur tot de verkoop van deze goederen of diensten aan erkende of onafhankelijke distributeurs, erkende of onafhankelijke herstellers of eindgebruikers.

(c) De beperking van de fabrikant ten overstaan van een leverancier van componenten voor de initiële assemblage van motorvoertuigen tot het daadwerkelijk plaatsen van zijn merk of logo op een duidelijk zichtbare wijze op de geleverde onderdelen of op reserveonderdelen.

Deze hardcore beperkingen mogen niet worden opgenomen in een overeenkomst als de partijen willen genieten van de groepsvrijstelling.

Besluit :

Ingevolge de nieuwe groepsvrijstellingsverordening en haar aanvullende richtsnoeren, is het er niet gemakkelijker op geworden om distributieovereenkomsten te toetsen aan het kartelverbod. Voorheen was immers slechts één groepsvrijstellingsverordening van toepassing, namelijk enkel de sectorspecifieke groepsvrijstellingsverordening voor motorvoertuigen met uitsluiting van de algemene. Daarbij komt nog de vereiste in verband met het marktaandeel van beide partijen die daarin parten kan spelen. Niettemin blijft het noodzakelijk dat deze toetsing ook effectief gebeurt door alle ondernemingen die distributieovereenkomsten of andere verticale overeenkomsten wensen af te sluiten of er mee geconfronteerd worden.

17 juni 2010

Griet Verfaillie - Ann Vranken