De regering Di Rupo op zoek naar meer
sociale zekerheidsbijdragen

De regering Di Rupo is op zoek naar meer sociale zekerheidsbijdragen bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst.


De opzeggingsvergoeding, de beschermingsvergoeding aan kandidaten of leden van de Ondernemingsraad (OR) en het Comité voor Preventie en Bescherming op het Werk (CPBW), aan leden van de syndicale afvaardiging en de vergoeding, betaald bij beëindiging met onderlinge toestemming, zijn in de huidige stand van zaken onderworpen aan sociale zekerheidsbijdragen.

Ook de vergoeding, betaald voor de naleving van een niet-concurrentieverbintenis, is onderworpen aan sociale zekerheid, tenzij die verbintenis werd aangegaan na de beëindiging van de arbeidsovereenkomst.


Andere vergoedingen, verschuldigd door de werkgever, omdat deze zijn wettelijke, contractuele of statutaire verplichtingen niet naleeft bij de beëindiging van een arbeidsovereenkomst, zijn niet onderworpen aan sociale zekerheidsbijdragen. Dit is het geval voor de vergoeding voor willekeurig ontslag, de vergoeding wegens rechtsmisbruik, de forfaitaire vergoeding verschuldigd bij overtreding van een ontslagverbod (zwangere werkneemster, klacht wegens pesterijen, aanvraag educatief verlof, ……). Ook de uitwinningsvergoeding en de (wettelijke) sluitingsvergoeding worden uitdrukkelijk uitgesloten van sociale zekerheidsbijdragen.

Volgens een voorstel van de regering Di Rupo, naar verluidt goedgekeurd in de ministerraad, worden alle vergoedingen, betaald bij of naar aanleiding van de beëindiging van een arbeidsovereenkomst, in de toekomst aan sociale zekerheidsbijdragen onderworpen. Ook op de vergoeding, betaald binnen het jaar na beëindiging van de arbeidsovereenkomst voor de naleving van een niet-concurrentieverbintenis, worden sociale zekerheidsbijdragen verschuldigd, zelfs als die verbintenis na de beëindiging van de arbeidsovereenkomst werd aangegaan.

Enkel de (wettelijke) sluitingsvergoeding zou de dans nog ontspringen, net zoals de morele schadevergoeding.  Maar, zoals algemeen bekend, wordt deze laatste kwalificatie zowel door de RSZ als door de fiscus met argusogen onderzocht.

16 september 2013

Marcel Houben - marcel.houben@peeters-law.be