Nieuwe loonplafonds
vanaf 1 januari 2013

De wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten

Het principe van de jaarlijkse aanpassing van de loonplafonds voor de toepassing van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten is vastgesteld in artikel 131 van de wet.

De loonplafonds worden aldus jaarlijks, vanaf 1 januari, aangepast aan de evolutie van de lonen, zoals bepaald in uitvoering van de collectieve arbeidsovereenkomsten voor de particuliere sector.


Vanaf 1 januari 2013 worden de loonplafonds aldus als volgt aangepast:

-    het eerste plafond van EUR 31.467 wordt EUR 32.254;

-    het tweede plafond van EUR 37.721 wordt EUR 38.665;

-    het derde plafond van EUR 62.934 wordt EUR 64.508.

Het loonplafond van EUR 32.254 is van belang met betrekking tot:

de mogelijkheid om een scholingsbeding op te nemen in de arbeidsovereenkomst (art. 22bis);

de mogelijkheid om een niet-concurrentiebeding op te nemen in de arbeidsovereenkomst voor handelsvertegenwoordigers (art. 104), de arbeidsovereenkomst voor werklieden (art. 65) en de arbeidsovereenkomst voor bedienden (art. 86);

de vaststelling van de duur van de opzeggingstermijnen te respecteren door de werkgever t.a.v. de bedienden (art. 82 voor de arbeidsovereenkomsten waarvan de uitvoering aanving voor 1 januari 2012; art. 86/2 voor de andere arbeidsovereenkomsten);

de vaststelling van de duur van de opzeggingstermijn te respecteren door de bedienden, voor zover de uitvoering van hun arbeidsovereenkomst aanving voor 1 januari 2012 (art. 82);

de vaststelling van de duur van de termijn van de tegenopzegging in acht te nemen door de bedienden (art. 84);

het recht van de bedienden op afwezigheid tijdens de opzeggingstermijn (art. 85).

Al naargelang de jaarlijkse bruto bezoldiging lager of hoger is dan het tweede loonplafond ten bedrage van EUR 38.665, bedraagt de maximum duur van de proefperiode voor de bedienden 6 of 12 maanden (art.67).

Het derde loonplafond van EUR 64.508 is van belang met betrekking tot:

de mogelijkheid om een niet-concurrentiebeding in te schrijven in de arbeidsovereenkomst voor werklieden (art. 65) en de arbeidsovereenkomst voor bedienden (art. 86);

de mogelijkheid om een scheidsrechtelijk beding op te nemen in de arbeidsovereenkomst voor bedienden (art. 69);

de mogelijkheid om de duur van de opzeggingstermijnen, te respecteren door de werkgever t.a.v. de bedienden, overeen te komen bij de aanwerving (art. 82 voor de arbeidsovereenkomsten waarvan de uitvoering aanving voor 1 januari 2012; art. 86/2 voor de andere arbeidsovereenkomsten);

de vaststelling van de maximumduur van de opzeggingstermijn te respecteren door de bedienden (art. 82 voor de arbeidsovereenkomsten waarvan de uitvoering aanving voor 1 januari 2012; art. 86/2 voor de andere arbeidsovereenkomsten);

de vaststelling van de maximumduur van de termijn van de tegenopzegging door de bedienden (art. 84).

08 januari 2013

Marcel Houben - marcel.houben@peeters-law.be