Het « una via » -principe
in fiscale fraude dossiers

Het instellen van het « una via » – principe bij het aanpakken van een fiscaal fraudedossier: de keuze voor één weg ….
maar is dit wel het juiste pad om te bewandelen ?

Op 1 november 2012 trad de wet "tot instelling van het « una via » -principe in de vervolging van overtredingen van de fiscale wetgeving en tot verhoging van de fiscale penale boetes" in werking (wet van 20 september 2012, B.S. 22 oktober 2012).

1. Met deze wet wordt een duidelijke keuze gemaakt.

Men kiest voor het « una via » –principe, namelijk één weg: een fiscaal fraudedossier wordt ofwel via de administratieve weg ofwel via de strafrechtelijke weg aangepakt.

Tegelijkertijd verhoogt deze wet ook het bedrag van de bestaande fiscaal strafrechtelijke geldboetes aanzienlijk.

2. Waarom wordt dit « una via » –principe ingevoerd?

Het strafrecht loert bij de schending van een fiscale wet sneller om de hoek dan dat men op het eerste gezicht zou vermoeden. 

Alle overtredingen van de fiscale wetten, begaan met een bedrieglijk opzet of met het oogmerk om te schaden, worden immers beschouwd als een strafrechtelijke inbreuk. Het opsporen en vervolgen van deze inbreuken behoort dus tot de bevoegdheid van de politie en van het openbaar ministerie. Daarnaast blijft de opsporing en de vaststelling van fiscale fraude en de fiscale schuld, alsook de invordering ervan ook de taak van de fiscale administraties.

We hebben dus twee instanties, die eenzelfde fiscaal fraudedossier behandelen.

Bijgevolg kon tot voor kort een schending van een fiscale wet zowel aanleiding geven tot een strafrechtelijke sanctie (vb. een gevangenisstraf of een geldboete) als een administratieve sanctie (vb. een belastingverhoging). Een dubbele bestraffing in fiscale fraudezaken was dus mogelijk.

Dergelijke praktijk werd, aldus de wetgever, strijdig bevonden met het « non bis in idem » - principe, dat verankerd is in het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens (het zogenaamde “ EVRM ”). Volgens dat principe kunnen dezelfde feiten in hoofde van dezelfde persoon maar één keer vervolgd en bestraft worden met een strafsanctie.

Deze wet wil dus een einde maken aan de dubbele bestraffing in fiscale zaken. De wet, die kadert in de strijd tegen de fiscale fraude, poogt om deze strijd op een efficiëntere wijze te organiseren en het dubbel gebruik van overheidsmiddelen te vermijden.

3. Wat is het gevolg van de invoering van de nieuwe wet?

Voor een fiscaal fraudedossier zal voortaan ofwel een administratieve procedure worden opgestart ofwel een strafrechtelijke procedure.

Concreet zal er nu bij een fiscaal fraudedossier een werkoverleg plaatsvinden tussen de gewestelijke directeur en de procureur des Konings over de aanpak van dit specifiek dossier. Na dit overleg zal er, conform het « una via » -principe, gekozen worden tussen bestraffing volgens de administratieve weg of volgens de strafrechtelijke weg. Eerder eenvoudige fiscale fraudedossiers zullen overgelaten worden aan de fiscale administratie terwijl grotere fiscale fraudedossiers, waarvoor een beroep op de uitgebreide gerechtelijke onderzoeksmiddelen noodzakelijk is, zullen overgelaten worden aan de rechterlijke macht.

Naast de invoering van het « una via » -principe werd met deze wet eveneens het bedrag van de bestaande fiscaal strafrechtelijke geldboetes aanzienlijk verhoogd. Het bedrag van de huidige bestaande fiscaal strafrechtelijke geldboetes zou, aldus de wetgever, een te weinig ontradend effect hebben. Waar voorheen het bedrag van een maximum geldboete 125.000 euro bedroeg, mag men nu rekenen op een maximale geldboete van 500.000 euro. Bovendien werd met deze wet eveneens het systeem van opdeciemen van toepassing verklaard op alle fiscale misdrijven. Het bedrag van alle strafrechtelijke sancties dient hierdoor met een factor zes vermenigvuldigd te worden. Concreet houdt dit in dat de maximumgeldboete nu kan oplopen tot 3 miljoen euro.

4. Wordt het « una via » -principe als juiste doelstelling bereikt door deze nieuwe wet?

Men kan zich de vraag stellen of de keuze voor één weg, zoals die thans voorzien is in de nieuwe wet, wel het juiste pad is om te bewandelen.

Enerzijds kan men het feit dat er overleg gepleegd wordt tussen de fiscale administratie en de procureur des Konings onderling alleen maar aanmoedigen. De achterliggende gedachte achter deze wet, namelijk de fiscale fraude op een efficiënte wijze bestrijden en de inzet van overheidsmiddelen op een efficiëntere wijze aanwenden is een goed uitgangspunt. Ook het feit dat de fiscaal strafrechtelijke geldboetes aanzienlijk verhoogd werden, zal het gewenst effect niet in de weg staan.

Anderzijds stelt men reeds vast dat het « una via » –principe en het « non bis in idem » -principe niet consequent doorgetrokken werden. Zo is het keuzestelsel alleen van toepassing op fiscale overtredingen, die zowel administratief als strafrechtelijk bestraft kunnen worden. Een cumul tussen fiscaal administratieve sancties blijft hierdoor wel mogelijk. Hierdoor blijft het “non bis in idem”-principe niet overeind, en wordt een dubbele bestraffing niet uitgesloten.

Bovendien stelt zich de vraag of een al dan niet geoorloofde schending van de scheiding der machten aan de orde is, nu door het onderling overleg de uitvoerende macht en de rechtelijke macht zich op elkaars terrein begeven.

Kortom, een nieuwe wet die niet van enige kritiek gespaard zal blijven…

30 november 2012

Leo Peeters - leo.peeters@peeters-law.be
Anne-Marie Dossche - annemarie.dossche@peeters-law.be