Nieuwe loonplafonds
vanaf 1 januari 2015

De wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten

De loonplafonds die gehanteerd worden in het
kader van de arbeidsovereenkomstenwet werden
opnieuw aangepast vanaf 1 januari 2015.

De loonplafonds worden jaarlijks, vanaf 1 januari, aangepast aan de evolutie van de lonen, zoals deze bepaald zijn in uitvoering van de collectieve arbeidsovereenkomsten voor de particuliere sector.

Tot 31 december 2013 golden drie loongrenzen. Zoals we vorig jaar reeds meldden, blijven daarvan slechts twee loonplafonds relevant sinds de invoering van de wet op het eenheidsstatuut werklieden/bedienden. Met de afschaffing van het proefbeding sedert 1 januari 2014, verdwijnt ook de tweede loongrens (destijds gelijk aan € 38.665).

Vanaf 1 januari 2015 worden de twee resterende loonplafonds als volgt aangepast:

het plafond van € 32.886 wordt € 33.203;

het plafond van € 65.771 wordt € 66.406.





Deze loongrenzen zijn relevant voor het concurrentiebeding, het scholingsbeding en het arbitragebeding.

Het concurrentiebeding :

Voor de handelsvertegenwoordigers is een concurrentiebeding enkel geldig indien het jaarloon hoger is dan € 33.203;

Voor de andere categorieën van werknemers geldt het volgende:

indien het bruto jaarloon niet hoger is dan € 33.203, is een concurrentiebeding in de arbeidsovereenkomst niet geldig  ;

indien het bruto jaarloon hoger is dan € 33.203, maar niet hoger dan € 66.406, is een concurrentiebeding slechts geldig voor de functies die vastgelegd werden bij een (sectorale) collectieve arbeidsovereenkomst;

indien het bruto jaarloon hoger is dan € 66.406, is een concurrentiebeding in de arbeidsovereenkomst in principe geldig, behalve voor de functies, voor dewelke het beding bij een (sectorale) collectieve arbeidsovereenkomst zou uitgesloten zijn.

Het scholingsbeding :

Een scholingsbeding is een clausule waarbij werknemers die een opleiding volgen op kosten van hun werkgever, zich ertoe verbinden om een deel van deze opleidingskosten terug te betalen indien zij hun onderneming voor een afgesproken tijdstip verlaten.

Een scholingsbeding is maar geldig van zodra het bruto jaarloon hoger is dan € 33.203.

Het scheidsrechtelijk beding :

Dit is een clausule waarbij werknemer en werkgever er zich toe verbinden om eventuele toekomstige geschillen aan een scheidsrechter voor te leggen.

Dit beding is slechts geldig voor de werknemers die aan volgende cumulatieve voorwaarden voldoen :

ze zijn belast met het dagelijks beheer van de onderneming, of ze hebben een beheersverantwoordelijkheid in een afdeling of bedrijfseenheid van de onderneming die kan vergeleken worden met die voor de gehele onderneming;

hun jaarloon is hoger dan € 66.406.

De opzeggingstermijn voor de bedienden, op 31 december 2013 in dienst van hun huidige werkgever

Deze twee loongrenzen, zoals toepasselijk op 31 december 2013 (namelijk respectievelijk € 32.254 en € 64.508), blijven relevant voor de vaststelling van de opzeggingstermijnen van de bedienden, die op 31 december 2013 in dienst waren van hun huidige werkgever. 

Het eerste gedeelte van de opzeggingstermijn, voor de tewerkstelling tot 31 december 2013, wordt bepaald in functie van de anciënniteit verworven op 31 december 2013 en rekening houdend met de jaarlijkse bezoldiging.

09 februari 2015

Marcel Houben - marcel.houben@peeters-law.be

Lees ook :

Het “eenheidsstatuut” werklieden / bedienden in de praktijk