Successierechten in het Waals Gewest

Het Grondwettelijk Hof oordeelt dat er een schending is op
het gelijkheidsbeginsel met betrekking tot successierechten
in het Waals Gewest

Op 26 november 2009 zei het Grondwettelijk Hof voor recht dat Artikel 48 van het Wetboek der successierechten, zoals het van toepassing was in het Waalse Gewest ingevolge het decreet van het Waalse Gewest van 14 november 2001, de artikelen 10 en 11 van de Grondwet schendt, doordat het vereist dat de verklaring van wettelijke samenwoning meer dan één jaar vóór het openvallen van de nalatenschap werd ontvangen.

Deze uitspraak volgde op een prejudiciële vraag, ingeleid door de rechtbank van eerste aanleg te Bergen, op verzoek van Alain De Jonge, die optrad voor de eiseres, Mevrouw Denise Thibaut.

Artikel 48 van het Wetboek der successierechten, zoals van toepassing in het Waalse Gewest, voorziet dat de niet-gehuwde paren hetzelfde tarief kunnen genieten als de gehuwde paren op voorwaarde dat zij een verklaring van wettelijke samenwoning hebben afgelegd en dat zij die verklaring minstens een jaar vóór het overlijden van een van beide partners hebben afgelegd.

Aldus werden de niet-gehuwde paren, die een verklaring van samenwoning hadden afgelegd minder dan één jaar vóór het overlijden de, uitgesloten van het genot van tarief dat toepasbaar is tussen gehuwde personen, en zulks ondanks het feit dat de personen uit wie die paren zijn samengesteld reeds vele jaren een stabiel en duurzaam paar kunnen hebben gevormd.

Het Hof beschouwt dat uit de parlementaire voorbereiding blijkt dat het Waals Gewest, door te eisen dat de verklaring van wettelijke samenwoning werd ontvangen meer dan één jaar vóór het openvallen van de nalatenschap om het voorkeurtarief toe te kennen dat van toepassing is op echtgenoten, fraude wilde voorkomen. In dat opzicht kon hij rechtmatig oordelen dat verbintenissen die in extremis worden aangegaan, enkel om een verlaagd tarief te genieten, moesten worden ontmoedigd.

Dat risico is echter, volgens het Hof, niet verschillend naargelang de betrokkenen ervoor hebben gekozen in het huwelijk te treden dan wel een verklaring van wettelijke samenwoning af te leggen. Daaruit volgt dat het Waals Gewest, door ten aanzien van de wettelijk samenwonenden een vereiste van duurtijd te formuleren die niet bestaat voor de gehuwden, een verschil in behandeling heeft gecreëerd dat, in het licht van de betrokken maatregel, niet redelijk is verantwoord.

Om die redenen, heeft het Hof beslist dat artikel 48 van het Wetboek der successierechten, zoals het van toepassing was in het Waalse Gewest ingevolge het decreet van het Waalse Gewest van 14 november 2001, de artikelen 10 en 11 van de Grondwet schendt, doordat het vereist dat de verklaring van wettelijke samenwoning meer dan één jaar vóór het openvallen van de nalatenschap werd ontvangen.

Over dit arrest verscheen een artikel in “La Libre Belgique”.

Arrest nr. 187/2009 van 26 november 2009.


11 december 2009