Overheidsopdrachten – een stap
verder naar een volledige hervorming

Inzake overheidsopdrachten heeft de Belgische overheid,
door de recente publicatie in het Belgisch Staatsblad van een uitvoeringsbesluit en twee wetten, verder voortgang gemaakt met de hervorming van de wetgeving op de overheidsopdrachten en de verdere omzetting van de Europese richtlijnen in het Belgisch recht.

Onlangs, immers, verschenen in het Belgisch Staatsblad, respectievelijk een “Koninklijk Besluit van 15 juli 2011 plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren” (“KB”) alsook twee wetten van 5 augustus 2011, die wijzigingen invoeren van de Wet Overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten  van 15 juni 2006 (de “Wet Overheidsopdrachten”). Het KB en de wet van 5 augustus 2011 tot wijziging van de Wet Overheidsopdrachten zullen vermoedelijk ten laatste begin 2012 in werking treden samen met en binnen het kader van de inwerkingtreding van de Wet Overheidsopdrachten.
 Deze laatste voorzag reeds in een volledige hervorming van de aanbestedings- en plaatsingsregels (die dateren van 1993) voor opdrachten in de klassieke sectoren en in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten, waarbij ook de niet dwingende bepalingen van de  richtlijnen 2004/17/EG en 2004/18/EG werden omgezet.

Hieronder volgt een kort overzicht van de belangrijkste vernieuwende elementen van het KB van 15 juli 2011 en de  wet van 5 augustus 2011 die de Wet Overheidsopdrachten wijzigt en aanvult (de “Wet”).

Het KB biedt een totale omvorming van de procedureregels die moeten gerespecteerd worden bij de plaatsing van overheidsopdrachten voor werken, leveringen en diensten en de concessies van openbare werken in de klassieke sectoren (in tegenstelling tot de “speciale sectoren”, namelijk water, energie, vervoer en postdiensten) zoals die aanvankelijk vastgelegd waren in het koninklijk besluit van 8 januari 1996. De Wet stemt de Wet Overheidsopdrachten van 2006 verder af op de aanpassingen die sindsdien desbetreffende reeds werden ingevoerd. Niettegenstaande beide akten vernieuwingen en verduidelijkingen beogen aan te brengen, worden ook tal van bestaande begrippen en bepalingen hernomen.

Zowel de Wet als het KB brengen vernieuwing van terminologie en de betekenis en draagwijdte ervan, en voeren een aantal nieuwe definities in. De Wet maakt een onderscheid tussen de begrippen “gunning”, “plaatsing” en “sluiting” van een opdracht; een opdracht wordt niet langer gegund maar geplaatst. Het KB verduidelijkt dan weer de draagwijdte van een aantal belangrijke begrippen. Zo erkent het “marktverkenning” als een praktijk die mag aangewend worden door de aanbestedende overheden op voorwaarde dat dit gebeurt vóór het uitschrijven van de gunningsprocedure en niet leidt tot enige vorm van vooronderhandelingen met bepaalde ondernemingen of tot verhindering of vertekening van de mededinging.
Ook verduidelijkt het KB wat wordt bedoeld onder “variante”, en meteen maakt het  een duidelijk onderscheid met het begrip “optie”. De variante vormt een alternatieve wijze van conceptie of uitvoering, die altijd noodzakelijk is voor de uitvoering van de opdracht (bvb. voor een voertuig : een benzinemotor, met een variante die een dieselmotor aanbiedt). De optie daarentegen vormt ten opzichte van het basisproject een element dat niet strikt noodzakelijk en zelfs bijkomstig is voor de uitvoering van de opdracht (bvb. voor een voertuig, de levering van een trekhaak).
Nieuw is dat de inschrijver voortaan, in geval de opdracht verdeeld is in “percelen”, een offerte kan indienen voor één of meer percelen, of een onderscheid kan maken in de gunnings- wijze per perceel.
Het KB bepaalt eveneens de wijze waarop de aanbestedende overheid moet omgaan met elektronische communicatie-middelen, en de gevolgen van het overmaken van geïnfecteerde bestanden
Voor wat betreft de prijsherziening, draagt de Wet Overheids-opdrachten aan de Koning op om nadere regels te bepalen. Het KB voert een volledig eigen systeem van prijsherziening in, dat voortaan niet enkel voorzien moet worden voor de opdrachten van werken maar ook voor de opdrachten van leveringen en diensten.

In het kader van de bekendmaking van een overheidsopdracht, blijven de grote principes behouden, behalve voor wat betreft de aankondigingen zelf. De aanbestedende overheden krijgen nu immers de mogelijkheid om verbeteringen of aanvullingen aan te brengen op reeds officieel bekendgemaakte gegevens, en zijn dus niet meer verplicht om in deze gevallen een volledig nieuwe aankondiging te doen.

Ook voor wat betreft de indiening van de aanvragen tot deelneming en de offertes, blijven een aantal algemene principes ongewijzigd van toepassing. Er worden evenwel nieuwe voor- schriften ingevoerd ingeval de aanbestedende overheid beslist om het gebruik van elektronische middelen toe te staan of op te leggen voor het indienen van aanvragen tot deelneming of offertes. Zo mag de termijn voor de ontvangst van de offertes worden ingekort ingeval de aankondiging online wordt opgesteld en met elektronische middelen wordt verzonden, en ook ingeval de aanbestedende overheid vrije, rechtstreekse, onmiddellijke en volledige toegang biedt tot alle opdrachtdocumenten via een internetadres.
De Wet voorziet in nieuwe definities voor de begrippen “schriftelijk”, “elektronisch middel” en “opdrachtdocumenten”.

Vernieuwend aan dit KB is de beschrijving van nieuwe gunnings-wijzen. Met gunningswijzen wordt bedoeld de aanbesteding, de offerteaanvraag, de onderhandelingsprocedure en de concurren-tiedialoog. Nieuw zijn de onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking en de concurrentiedialoog. In principe worden overheidsopdrachten gegund bij open of beperkte procedure, hetzij bij aanbesteding, hetzij bij offerteaanvraag.
In welbepaalde gevallen mogen de overheidsopdrachten ook gegund worden bij onderhandelings-procedure zonder bekend-making doch, indien mogelijk, na raadpleging van meerdere aannemers, leveranciers of dienstverleners. Dit kan onder meer wanneer bij een aanbesteding of offerteaanvraag enkel onregel-matige offertes werden ingediend of onaanvaardbare prijzen werden voorgesteld.
De concurrentiedialoog is een nieuwe gunningswijze die slechts is toegestaan voor zover het gaat om een bijzonder ingewikkelde opdracht waarbij de aanbestedende overheid objectief niet in staat is de technische middelen te bepalen die aan haar behoeften kunnen voldoen, of te beoordelen wat de markt te bieden heeft op het stuk van technische, financiële of juridische oplossingen en van oordeel is dat de toepassing van de open of beperkte procedures het onmogelijk maken de opdracht te plaatsen. Het is een gunningsprocedure waaraan alle aannemers, leveranciers of dienstverleners mogen vragen deel te nemen en waarbij de aanbestedende overheid een dialoog voert met de kandidaten die voor de procedure werden geselecteerd, met als doel één of meer oplossingen uit te werken die aan de behoeften van de aanbestedende overheid voldoen en op grond waarvan de gekozen kandidaten zullen worden uitgenodigd om een offerte in te dienen.
De Wet voorziet in een nieuwe definitie voor onderhandelings-procedure met bekendmaking. Dit is de gunningsprocedure waarbij elke aannemer, leverancier of dienstverlener een aanvraag tot deelneming mag indienen, waarbij alleen de geselecteerden een offerte mogen indienen en waarbij over de voorwaarden van de opdracht kan worden onderhandeld met de inschrijvers.

Voorts voorziet het KB in een aantal nieuwe mogelijkheden om overheidsopdrachten te plaatsen, namelijk het dynamisch aan- koopsysteem, de elektronische veiling en de raamovereenkomst.
Het dynamisch aankoopsysteem is een elektronisch proces dat een open aanbesteding of offerteaanvraag begeleidt, dat beperkt is in de tijd. Dit systeem is enkel bestemd voor leveringen en diensten voor courant gebruik (bvb. werkkledij, drukkerijdiensten, aankoop en onderhoud van voertuigen…), en staat gedurende de gehele looptijd open voor elke leverancier en dienstverlener die voldoet aan de selectiecriteria en een indicatieve offerte heeft ingediend overeenkomstig de eisen van het bestek.
De raamovereenkomst wordt beschreven als de overeenkomst die gesloten wordt tussen meerdere partijen (één of meer overheden of overheidsbedrijven en één of meer aannemers, leveranciers of dienstverleners) met het doel gedurende een bepaalde periode de voorwaarden vast te leggen inzake bepaalde te gunnen opdrachten, met name wat betreft de prijzen en eventueel de beoogde hoeveelheden. De raamovereenkomst met meerdere deelnemers is nieuw.
De elektronische veiling is een mogelijkheid die enkel toegestaan is wanneer de prijs het enige gunningscriterium is. Voor zover de specificaties van de opdracht nauwkeurig kunnen worden bepaald en het gaat om opdrachten voor leveringen en diensten voor courant gebruik, kan deze manier aangewend worden om een onderhandelingsprocedure vooraf te gaan, bij het opnieuw oproepen van de partijen tot mededinging bij een raamovereen- komst en ook voor opdrachten die in het kader van een dynamisch aankoopsysteem worden geplaatst.

Het is de bedoeling van de overheid dat de Wet Overheids-opdrachten, samen met dit KB en deze Wet in werking treden begin 2012.

Leo Peeters