Di Rupo's algemene beleidsverklaring
gelezen met een sociaalrechtelijke
bril - Deel 2

Op 21 november 2012 presenteerde Eerste Minister Di Rupo de Algemene Beleidsverklaring van de federale regering aan het federaal parlement.

Zoals in de vorige nieuwsbrief reeds vermeld werd, springen vanuit sociaalrechtelijk oogpunt vier elementen in de Algemene Beleidsverklaring in het oog: 1) de concurrentiekracht van onze bedrijven verhogen door de loonkloof met onze buurlanden weg te werken; 2) de concurrentiekracht van onze bedrijven verder verhogen door een verlaging van de sociale lasten; 3) de job kansen voor jongere en oudere werknemers vergroten; en 4) de voortdurende vorming van de werknemers stimuleren. In die nieuwsbrief concentreerden wij ons op de wegwerking van de loonkloof met onze buurlanden. In deze nieuwsbrief komen de drie andere aandachtspunten aan bod.

Wat de verlaging van de sociale lasten betreft, ziet het er naar uit dat in de eerste plaats de KMO’s aan bod zullen komen.

Er zijn reeds bijdrageverminderingen voorzien voor de drie eerste aanwervingen. Deze verminderingen wil men verhogen zodanig dat sommige werkgevers  bijna geen sociale zekerheidsbijdragen meer dienen te betalen tijdens de eerste twee jaren voor werknemers met een laag of middelmatig loon. Tijdens het derde jaar blijven dan nog verminderde bijdragen toepasselijk.

In het kader van de bevordering van de tewerkstelling van oudere werknemers worden eveneens hogere verminderingen van de sociale zekerheidsbijdragen in het vooruitzicht gesteld. Deze verminderingen worden toepasselijk  vanaf de leeftijd van 54 jaar, en daarbovenop wordt het bedrag van de vermindering fors verhoogd al naargelang de leeftijd van de werknemer, voor zover het loon het vastgestelde kwartaalplafond niet overstijgt. Hier moge, ter herinnering, ook verwezen worden naar de programmawet van 29 maart 2012 en de CAO nr. 104, in uitvoering waarvan een werkgelegenheidsplan voor oudere werknemers (werknemers van 45 jaar en ouder) een eerste maal in 2013 dient te worden opgesteld en uitgevoerd.

Ook voor de jongere werknemers wordt het systeem van de vermindering van de sociale zekerheidsbijdragen verbeterd.

Hetzelfde geldt voor het systeem van de “werkbonus” (vermindering van de werknemersbijdragen aan de sociale zekerheid voor de werknemers met lagere lonen).

De vermindering van de werkgeversbijdragen aan de sociale zekerheid voor werknemers, die als mentor (de werknemers die in het bijzonder verantwoordelijk zijn voor de opleiding van personen die tot de doelgroepen behoren) optreden, kadert in het beleid om voortdurende vorming te stimuleren. Vanaf 2013 wordt dat systeem eveneens administratief vereenvoudigd. In dit kader past het eveneens te verwijzen naar de verplichting van de werkgevers om “werkplekleerplaatsen” ter beschikking te stellen, zoals bepaald in de wet van 27 december 2012 houdende tewerkstellingsplan.

De programmawet van 27 december 2012 voegt een nieuwe  bepaling toe aan de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, waardoor het principe van de verplichting van de werkgever om een “opleidingsplan” op te stellen en uit te voeren, in de wet wordt ingeschreven. De modaliteiten van deze verplichting dienen nog verder te worden uitgewerkt bij koninklijk besluit.

Tenslotte moet verwezen worden naar Titel 3 van de programmawet van 27 december 2012, waardoor wettelijke bepalingen worden ingevoerd inzake de bestrijding van de sociale fraude, parallel met de bepalingen omtrent de strijd tegen de fiscale fraude.

Daarin wordt in het bijzonder aandacht besteed aan de strijd tegen de detacheringsfraude. Dit betreft zowel de terbeschikkingstelling van werknemers ten behoeve van gebruikers, als de toepassing van de Europese wetgeving op basis waarvan bepaald wordt welke wetgeving (inzake sociale zekerheid) toepasselijk is ingeval van detachering van werknemers van de ene EU-lidstaat naar de andere.

Ook de bestrijding van wetsontwijking en wetsontduiking van het sociaal recht wordt verder uitgewerkt.

Welke wettelijke bepalingen hierbij in het bijzonder worden geviseerd dient nog bij koninklijk besluit te worden gespecifieerd.

14 januari 2013

Marcel Houben - marcel.houben@peeters-law.be

Leer meer over dit onderwerp : schrijf in op onze nieuwsbrief!

E-mail *