Belgische covered bonds en de mobilisering van schuldvorderingen in de financiële sector

De achterstandspositie van België
ter zake weggewerkt

Op 3 september 2012 zijn zowel de wet van 3 augustus 2012 tot invoering van een wettelijke regeling voor Belgische covered bonds (hierna de “Wet Covered Bonds” genoemd), alsook de wet van 3 augustus 2012 betreffende diverse maatregelen ter vergemakkelijking van de mobilisering van schuldvorderingen in de financiële sector (hierna de
“Wet Mobilsering”), in werking getreden.

Het doel van beide wetten bestaat er in de financiële instellingen en kredietinstellingen meer mogelijkheden te geven teneinde hun activa aan te wenden om zich te financieren. De portefeuilles aan kredietvorderingen zoals bedrijfskredieten, consumentenkredieten en hypothecaire leningen zijn vaak hun belangrijkste en grootste actiefbestanddeel. Naar aanleiding van de financiële crisis ontstond meer en meer het besef dat het mobiliseren ervan belangrijk is om stabiele financieringen te bekomen. Het tot voor kort geldende wettelijk kader liet deze in het buitenland nochtans reeds wijdverspreide financieringstechniek niet toe. Door toedoen van voornoemde wetten is de achterstandspositie van ons land t.a.v. het buitenland weggewerkt.

1.    Covered Bonds

Artikel 3 van de Wet Covered Bonds definieert de Belgische covered bond als een schuldinstrument dat aan de volgende criteria voldoet: (i) het schuldinstrument is of wordt uitgegeven door een instelling die opgenomen is op de lijst van kredietinstellingen die de toestemming hebben verkregen van de Nationale Bank van België (hierna “NBB” genoemd) om Belgische covered bonds uit te geven, (ii) het schuldinstrument is of – bij uitgifte onder een programma – het uitgifteprogramma en elk onder dat programma uitgegeven schuldinstrument is of wordt opgenomen in de lijst die per instelling de uit te geven effecten en effectenprogramma’s vermeldt waarvoor de NBB de nodige bijzondere toestemming heeft verleend, en (iii) er wordt een afgescheiden bijzonder vermogen aangelegd tegenover de bonds.

Uit bovenstaande definitie verdienen volgende aspecten enige toelichting.

De Belgische covered bonds worden rechtstreeks uitgegeven door een kredietinstelling en zij blijven in principe ingeschreven op de balans tot het verstrijken van hun termijn. Enkel Belgische kredietinstellingen, die hiertoe voorafgaandelijk gemachtigd zijn door de NBB (toezichthouder), mogen Belgische covered bonds uitgeven. De inschrijving van de kredietinstelling op een specifieke lijst, die de NBB op haar website publiceert, vormt het bewijs van deze toestemming.

Het belangrijkste kenmerk van de Belgische covered bonds is het bijzonder mechanisme dat wordt ingevoerd om de houders van deze covered bonds te beschermen. Covered bonds zijn immers vergelijkbaar met klassieke obligaties, ware het niet dat ze gedekt worden door activa, zoals onder meer hypotheekleningen, die worden afgescheiden in één of meer bijzondere vermogens van de kredietinstelling, die specifiek worden aangelegd ten gunste van de houders van de covered bonds. De kredietinstellingen zonderen activa af in een ‘pool van activa’ (bijzonder vermogen dat geen andere rechtspersoonlijkheid heeft dan de uitgevende kredietinstelling) die ze uitsluitend gebruiken ter voldoening van de houders van covered bonds en sommige andere schuldeisers die bij de uitgifte ervan betrokken zijn. De activa (de zgn. dekkingswaarden) op de balans van de uitgevende kredietinstelling moeten behoren tot één van de volgende categorieën: (i) hypothecaire schuldvorderingen; (ii) schuldvorderingen op of gewaarborgd of verzekerd door publieke instellingen; (iii) deelbewijzen uitgegeven door effectiseringsinstellingen die risicoposities effectiseren op activa die hoofdzakelijk zijn samengesteld uit de elementen bedoeld in (i) en/of (ii); (iv) schuldvorderingen op kredietinstellingen met inbegrip van de bedragen die bij deze kredietinstellingen of door de uitgevende kredietinstelling worden aangehouden, of (v) posities die voortvloeien uit één of meer dekkingsinstrumenten die met één of meer dekkingswaarden of met de betrokken Belgische covered bonds zijn verbonden.
Verder voorziet de Wet Covered Bonds in kwantitatieve en kwalitatieve vereisten voor de samenstelling van de dekkingswaarden en de vereisten voor identificatie van die activa.

Het grote voordeel van dit alles is dat hierdoor de bescherming van de houders van de covered bonds aanzienlijk wordt verhoogd. In geval van insolvabiliteit van de kredietinstelling, beschikken de houders van de covered bonds immers over een dubbele vordering, namelijk (i) enerzijds tegen het algemene vermogen van de kredietinstelling, en (ii) anderzijds tegen het bijzondere vermogen dat speciaal voor hen werd gevormd.

Volledigheidshalve dient te worden opgemerkt dat de Wet Covered Bonds ook nog voorziet in een specifieke categorie van Belgische covered bonds, nl. de ‘Belgische pandbrieven". Dat zijn covered bonds waarvan de dekkingswaarden voldoen aan specifieke vereisten zodat ze een gunstige eigenvermogensweging kunnen krijgen (met toepassing van artikel V.16, § 12 van het reglement van de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen van 17 oktober 2006 over het reglement op het eigen vermogen van de kredietinstellingen en de beleggingsondernemingen).

2.    Mobilisering van schuldvorderingen in de financiële sector

Naast de Wet Covered Bonds, lenigt de Wet Mobilisering verschillende problemen die het gebruik voor financieringsdoeleinden (overdracht of verpanding) van leningen gehouden door kredietinstellingen moeilijk of onaantrekkelijk maakten.

Hierna worden kort de voornaamste aspecten belicht.

De Wet Mobilisering versoepelt de regels inzake cessie en inpandgeving van schuldvorderingen op aanbestedende overheden, zowel voor de aanbestedende overheden als voor de financiële sector. In dit verband dient te worden opgemerkt dat de overdracht door of aan een kredietinstelling, een financiële instelling of een mobiliseringsinstelling niet langer onderworpen is aan de restrictieve voorwaarden, zoals opgenomen in de Overheidsopdrachtenwet 1993. De overdracht moet echter nog steeds worden betekend of ter kennis gebracht per aangetekende brief,  en dit uiterlijk op het tijdstip van het verzoek tot betaling door de overnemer.

In het geval van een overdracht van een lening door of aan een kredietinstelling,  een financiële instelling, of een mobiliseringsinstelling, geldt thans als algemene regel dat de schuldenaar zich tegenover de overnemer niet meer kan beroepen op de wettelijke of conventionele schuldvergelijking van de overgedragen schuldvordering of op de exceptie van niet-uitvoering (i) vanaf het ogenblik dat schuldenaar in kennis is gesteld van de overdracht, indien de voorwaarden van de schuldvergelijking of van de exceptie van niet uitvoering pas na de kennisgeving zijn vervuld (behoudens bepaalde uitzonderingen) of (ii) in afwezigheid van een overdracht, indien de voorwaarden van de schuldvergelijking of van de exceptie van niet-uitvoering pas naar aanleiding van of ten gevolge van de insolvabiliteitsprocedure of van een samenloop m.b.t. de overdrager zijn vervuld (behoudens bepaalde uitzonderingen).

Verder is de overdracht door of aan een kredietinstelling, een financiële instelling of een mobiliseringsinstelling is niet langer onderworpen aan de restrictieve regel dewelke het verlijden van een notariële akte vereist, evenals de inschrijving van de overdracht in het hypotheekregister, hetgeen aanleiding gaf tot het verschuldigd zijn van 1% registratierecht.

Tenslotte dient te worden opgemerkt dat de rangregelingen en achterstellingen die vastgesteld worden om de volgorde van de betalingen van die bankvorderingen te regelen, inclusief dergelijke regelingen of achterstellingen ten gunste van een bijzonder vermogen van een kredietinstelling die Belgische covered bonds heeft uitgegeven, van rechtswege kunnen worden tegengesteld aan alle andere derden dan de schuldenaars van de achtergestelde bankvorderingen of de schuldenaars van de persoonlijke zekerheden.

28 september 2012

Leo Peeters - leo.peeters@peeters-law.be
Pieter Dierckx - pieter.dierckx@peeters-law.be

Leer meer over dit onderwerp : schrijf in op onze nieuwsbrief!

E-mail *


   
  De earn-out clausule in een overnameovereenkomst van aandelen  
  KMO’s beter geďnformeerd in verband met het Belgische mededingingsrecht  
  Verrekenprijzen (Transfer Pricing) - Bijkomende rapporteringsverplichting  
  Rechtsplegingsvergoedingen in Intellectuele Eigendomsgeschillen op de helling  
  Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) - belangrijke wijzigingen  
  Een nieuwe rol voor cijferberoepen in verband met bedrijven in moeilijkheden  
  IP inbreuken door een derde gebruiker van een WiFi-netwerk: draagt de aanbieder van het netwerk verantwoordelijkheid?  
  Nieuwe procedure voor de invordering van onbetwiste facturen bij B2B  
  Roadbook voor fusies en overnames in België (deel 1)  
  Roadbook voor fusies en overnames in België (deel 2)  
  Dynamische IP adressen kunnen persoonsgegevens zijn  
  Meldingsplicht bij inbreuken in verband met de persoonsgegevens  
  De functionaris voor gegevensbescherming of data protection officer (DPO)  
  Gebruik van camerabeelden als bewijsmiddel  
  Hoe kan het recht om vergeten te worden in de praktijk worden omgezet?  
  Beslag leggen op buitenlandse bankrekeningen wordt gemakkelijker  
  De re-integratie van langdurig zieken : re-integratie in de onderneming  
  Crowdfunding - Update  
  De wet "Werkbaar en Wendbaar Werk"