Hoe kan het recht om vergeten
te worden in de praktijk
worden omgezet?

Het Hof van Justitie van de EU heeft bevestigd dat ieder
individu zijn recht om vergeten te worden kan uitoefenen.
Zoekmachines zijn dus verplicht om op vraag van elk
individu alle zoekresultaten te verwijderen die
op hem betrekking hebben.

1.  Hoe is het arrest van het Europees Hof van Justitie in de praktijk omgezet?

Ingevolge de uitspraak in de zaak van Google Spanje en Google Inc. tegen Spanje van 13 mei 2014, heeft het Europees Hof van Justitie geoordeeld dat Google (en zoekmachines in het algemeen) zoekresultaten moeten verwijderen als een individu hen daartoe verzoekt.

Google heeft heeft zich moeten schikken naar deze uitspraak en heeft een procedure ingevoerd die kan gevolgd worden in het kader van zulk verzoek.

Met een standaardformulier kan elk individu een officieel verzoek indienen om specifieke URL's te verwijderen waarin zijn naam voorkomt.

Google staat in voor de beslissing of de URLs moeten worden verwijderd uit de zoekresultaten. Om tot deze beslissing te komen, zal Google verschillende criteria in overweging moeten nemen zoals de rol van het individu in het openbare leven, de aard van de informatie, de bron van de informatie en het moment waarop de publicatie gebeurt.

Ingeval Google een verzoek afwijst, kan het individu een klacht indienen bij de nationale privacy-autoriteit of voor een lokale rechtbank.

2. De adviesraad binnen Google in verband met het recht om vergeten te worden

Google heeft een adviesraad in het leven geroepen, die Google als onafhankelijke deskundige moet adviseren over hoe het de uitspraak moet implementeren en hoe het de evenwichtsoefening moet doen tussen enerzijds het recht van elk individu op privacy en anderzijds het belang van het publiek tot toegang tot informatie. 

De adviesraad bestaat uit acht specialisten op het vlak van gegevensbescherming. Deze gaat er prat op dat alle leden vrijwillig deel nemen en dat deze niet door Google werden betaald om dat te doen. Ze hebben geen geheimhoudingsverklaring ondertekend, noch hebben zij een contractuele relatie met Google.

De adviesraad leverde een rapport af op 6 februari 2015 waarin deze verschillende aanbevelingen gaf met betrekking tot de criteria die in aanmerking komen voor de beoordeling van verzoeken om van de lijst te worden geschrapt, alsook over de procedurele elementen die moeten worden ingevoerd.

Zij identificeerden vier belangrijke criteria waarop Google zich volgens hen moet baseren om verzoeken van individu's te evalueren :

Een van de belangrijkste criteria is de rol van het individu in het openbare leven.
Het ligt meer voor de hand dat het verzoek van een individu zonder merkbare rol in het openbare leven gemakkelijker zal worden toegestaan dan van mensen met een duidelijke rol in het openbare leven. Of dergelijk verzoek van een persoon met een beperkte of een context-specifieke rol in het openbare leven met succes kan ingediend worden, zal afhangen van de inhoud van de informatie.

Een ander criterium is de aard van de informatie zelf.
De adviesraad heeft een lijst opgemaakt van soorten informatie die meer van aard zijn om een sterk privacy-gerelateerd belang te hebben. Het gaat hier om informatie die betrekking heeft op de persoonlijke financiële situatie, de private contactpersoon of de identificatie ervan en informatie die de etnische afkomst of religieuze overtuiging onthult. De adviesraad voegt eraan toe dat informatie die voorkomt in een afbeelding of onder de vorm van een video, de privacy gerelateerde belangen van het individu in kwestie kunnen verhogen.
Aan de andere kant is er ook informatie die meer geneigd is om van algemeen belang te zijn, zoals informatie die relevant is in het politieke debat, informatie met betrekking tot volksgezondheid en bescherming van de consument of informatie met betrekking tot criminele activiteiten.

Een derde criterium is de bron van de informatie.
De adviesraad stelt dat als de bron van informatie een journalistieke entiteit betreft, er een grotere publieke belangstelling zal zijn om toegang te hebben tot deze informatie.

Het vierde en laatste criterium is de datum van de publicatie van de informatie.
Dit criterium is van belang in het geval waarin de rol van het individu minder belangrijk is geworden of gewijzigd is.

3.  Het recht om vergeten te worden zoals voorzien in de Algemene Verordening Gegevensbescherming (GDPR)

De Algemene Verordening Gegevensbescherming (GDPR), die in voege treedt op 25 mei 2018, biedt een specifieke grond om het recht om vergeten te worden of het recht op gegevenswissing in te roepen.

Op grond van artikel 17 van de GDPR heeft de betrokkene het recht om zonder onredelijke vertraging de uitwissing te verkrijgen van zijn persoonsgegevens. De verwerkingsverantwoordelijke is verplicht om deze persoonsgegevens te wissen bijvoorbeeld wanneer de persoonsgegevens niet langer nodig zijn voor de doeleinden waarvoor ze zijn verzameld of wanneer de betrokkene zijn toestemming heeft ingetrokken.

Indien de verwerkingsverantwoordelijke de persoonsgegevens openbaar heeft gemaakt, en de gegevens gewist moeten worden, dan is de verwerkingsverantwoordelijke verplicht om redelijke maatregelen te nemen om verwerkingsverantwoordelijken die de persoonsgegevens verwerken ervan op de hoogte te stellen dat de betrokkene om de uitwissing verzocht heeft. Bij de redelijke maatregelen mag de verwerkingsverantwoordelijke rekening houden met de beschikbare technologie en uitvoeringskosten die hiermee gepaard gaan.

Niettemin voorziet de GDPR enkele uitzonderingen. De verwerkingsverantwoordelijke zal bijvoorbeeld niet verplicht worden om de persoonsgegevens te wissen wanneer de verwerking nodig is voor het uitoefenen van het recht op vrijheid van meningsuiting en informatie, voor het nakomen van wettelijke verplichtingen, om redenen van algemeen belang op het gebied van volksgezondheid, met het oog op archivering in het algemeen belang, of voor de instelling of uitoefening van een rechtsvordering.

4.  Op welke wijze moeten de gegevens in de lijst van de zoekresultaten verwijderd worden?


Ingeval het verzoek is toegestaan, zal Google de URL's in kwestie verwijderen van de lijst van de zoekresultaten.

De inhoud zelf zal uiteraard niet worden verwijderd. Google zal geen contact opnemen met de webmasters, noch enige andere actie ondernemen. Het is aan het individu zelf om verdere stappen te nemen indien hij wenst dat de inhoud zelf ook wordt verwijderd.

In eerste instantie werden de URL's enkel verwijderd van de lijst van de zoekresultaten op de lokale Google-domeinen, zoals Google.be or Google.fr. De andere Google-domeinen, en meer bepaald de Google.com bleven ongewijzigd.

Zoals we reeds in eerder schreven op onze website, was de uitoefening van het recht om vergeten te worden nogal weinig effectief omdat de betreffende te verwijderen zoekresultaten gemakkelijk gevonden kunnen worden op andere Google-websites.

Vandaar dat de Frans autoriteit voor gegevensbescherming (CNIL) geëist heeft dat Google de URL's op wereldwijde schaal verwijderde. Na wat aarzeling, stelde Google voor om de resultaten in alle Google-domeinen te schrappen in het land van het individu. Dit betekent dat de verwijdering van bepaalde resultaten nog steeds geografisch bepaald is. Gevolg is dat, indien het verzoek van een Belgisch individu wordt aanvaard, de URL's niet meer zichtbaar zullen zijn op elke Google-website die toegankelijk is vanuit België, maar buiten België zullen ze nog steeds verschijnen.

De CNIL was echter niet tevreden met het voorstel van Google en beval dat de URL's werden verwijderd van al de zoekresultaten, ongeacht de locatie van het individu. De CNIL legde Google een boete op van 100.000 Euro.

In dit verband moet erop gewezen worden dat de adviesraad aandacht besteedde aan de geografische reikwijdte van de verwijdering van de lijsten. Het kwam tot het besluit dat de verwijdering uit nationale domeinen van de zoekmachine van Google binnen de EU het geschikte middel was om de uitspraak van het Hof van Justitie uit te voeren.

Er bestaat enige twijfel of de eisen van CNIL zullen worden aanvaard. Hoewel het in de huidige situatie nog steeds mogelijk is om het recht om vergeten te worden te omzeilen, blijft het de vraag of de CNIL het recht heeft om Google op te leggen dat het zijn zoekresultaten buiten Frankrijk wijzigt.

In mei 2016 heeft Google beroep aangetekend tegen de beslissing van de CNIL. Het Hof heeft tot nu toe nog geen uitspraak gedaan.

5. Besluit

Sinds de lancering in 2014 van de officiële procedure om een verzoek tot schrapping in te dienen, heeft Google 568.881 verzoeken ontvangen om 1.727.251 URL's te verwijderen. Volgens haar eigen statistieken, heeft Google ongeveer 43,2% van de URL's in kwestie verwijderd.

Wenst u zelf uw recht om vergeten te worden uit te oefenen, dan kunnen wij beoordelen of uw verzoek met succes kan ingediend worden en we kunnen u begeleiden en helpen bij dit proces.

Aarzel vooral niet ons te contacteren indien u nog verdere vragen hebt over dit onderwerp.

19 december 2016

Lynn Pype - lynn.pype@peeters-law.be

Leer meer over dit onderwerp : schrijf in op onze nieuwsbrief!

E-mail *