Draagt de aanbieder van een
WIFI-netwerk verantwoordelijkheid
voor de IP inbreuken van
een derde gebruiker?

Indien u binnen uw onderneming een WiFi-netwerk
gratis aanbiedt, bent u in principe niet aansprakelijk voor
inbreuken op intellectuele eigendomsrechten die door
derden gepleegd worden. Dit neemt echter niet weg dat
u dan toch nog enkele maatregelen moet nemen om
de rechten van derden te beschermen.

In vrijwel alle openbare ruimtes is er toegang tot een WiFi- netwerk voorzien. Het komt dan ook af en toe voor dat een gebruiker van een WiFi-netwerk een inbreuk pleegt op een intellectueel eigendomsrecht van een derde partij.

Hiervan is bijvoorbeeld sprake wanneer een gebruiker van een WiFi-netwerk films of muziek deelt via het netwerk zonder de toestemming van de auteursrechthouders.

Aangezien het in de meeste gevallen zo goed als onmogelijk is om de inbreukmaker te identificeren, trachten auteursrechthouders de aanbieders van het WiFi-netwerk aansprakelijk te houden voor deze inbreuken om toch een schadevergoeding te bekomen.

Kan de aanbieder van een publiek toegankelijk WiFi-netwerk  aansprakelijk gesteld worden voor inbreuken gepleegd door derden via dit netwerk?

1.    De vraag werd gesteld aan het Hof van Justitie

Het Europees Hof van Justitie heeft zich op 15 september 2016 over deze vraag uitgesproken.

Een Duitse bedrijfsleider had een draadloos lokaal netwerk opgezet dat in de buurt van zijn onderneming gratis en anoniem toegankelijk is. Het netwerk was niet beveiligd en diende ook als promotie van zijn bedrijf.

In september 2010 heeft een gebruiker via dat netwerk illegaal muziek ter beschikking gesteld van het publiek.

De bedrijfsleider werd hierop door Sony Music in gebreke gesteld om de rechten verbonden aan deze muziek te eerbiedigen.

De bedrijfsleider heeft toen voor de Duitse rechtbank een procedure gestart om een negatieve verklaring te bekomen, met name dat de rechtbank zou oordelen dat hij geen inbreuk gepleegd heeft. Sony Music stelde een tegenvordering in waarbij zij aan de rechtbank vroeg om de bedrijfsleider rechtstreeks aansprakelijk te houden wegens een schending van haar rechten op de illegaal verspreide muziek en de bedrijfsleider te verplichten om de verspreiding stop te zetten. In ondergeschikte orde vorderde Sony Music dat de bedrijfsleider indirect aansprakelijk zou gehouden worden, omdat hij een netwerk exploiteerde dat niet beveiligd was en het dus op die manier voor derden mogelijk maakte om inbreuken te plegen.

De Duitse rechtbank stelde hierop een aantal prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie omtrent de interpretatie van artikel 12 van de Richtlijn elektronische handel (Richtlijn 2000/31/EG).

2.    Wat zegt de Richtlijn elektronische handel?

Artikel 12 van de Richtlijn elektronische handel voorziet immers in de vrijstelling van aansprakelijkheid wanneer de dienst van de informatiemaatschappij functioneert als doorgeefluik of “mere conduit”.

Op grond van artikel 12 van de Richtlijn elektronische handel is de dienstverlener niet aansprakelijk  voor de informatie die via het netwerk wordt doorgegeven op voorwaarde dat
(i)    het initiatief tot de doorgifte niet bij de dienstverlener lig,
(ii)  de ontvanger van de doorgegeven informatie niet door de dienstverlener wordt geselecteerd, en
(iii)  de doorgegeven informatie niet door de dienstverlener wordt gewijzigd of geselecteerd.

3.    De argumentatie van het Hof van Justitie

3.1 Valt het gratis ter beschikking stellen van een WIFI-netwerk onder de toepassing van de richtlijn?

De eerste vraag die het Hof van Justitie moest  beantwoorden was of het gratis ter beschikking stellen van een WiFi-netwerk beschouwd wordt als een dienst van de informatiemaatschappij, en dus onder de toepassing van de Richtlijn valt.

Het Hof antwoordde hierop dat het gratis verrichten van een dienst van economische aard, de toepassing van de Richtlijn niet uitsluit. Wanneer een WiFi-netwerk wordt aangeboden ter promotie van de activiteiten van de onderneming, kan er sprake zijn van een dienst van de informatiemaatschappij in de zin van de Richtlijn.

Het Hof bevestigde eveneens dat het louter verschaffen van toegang tot een communicatienetwerk als een 'mere conduit' of doorgeefluik wordt bestempeld in de zin van artikel 12 van de Richtlijn elektronische handel. Volgens het Hof is het verschaffen van toegang tot een WiFi-netwerk een technisch, automatisch en passief proces, waardoor de aanbieder van het netwerk beroep kan doen op vrijstelling van aansprakelijkheid.

Deze vrijstelling van aansprakelijkheid neemt echter niet weg dat een aanbieder van een WiFi-netwerk toch enkele maatregelen moet nemen om de rechten van derden te beschermen.

3.2 Welke soort maatregelen kunnen worden opgelegd aan de aanbieder van een WIFI-netwerk?

Het Hof heeft zich vervolgens uitgesproken over het soort maatregelen dat aan de aanbieder van een netwerk kan worden opgelegd.

Het Hof merkt hierbij onmiddellijk op dat de aanbieder van een netwerk niet kan opgelegd worden om toezicht te houden over de doorgegeven informatie. Ook een algemene blokkering van de internetaansluiting vindt het Hof te verregaand.

Het beveiligen van het WiFi-netwerk met een paswoord daarentegen vindt het Hof wel een redelijke maatregel, waarbij de gebruikers verplicht zijn om hun identiteit kenbaar te maken in ruil voor het paswoord. Dit zorgt voor het Hof voor een voldoende afschrikkend effect en waarborgt de intellectuele eigendoms-rechten van anderen.

4. Besluit

Indien u een WiFi-netwerk binnen uw onderneming gratis aanbiedt aan werknemers, klanten, of mensen uit de omgeving, bent u in beginsel niet aansprakelijk voor inbreuken op intellectuele eigendomsrechten die door derden gepleegd worden. Een rechtbank kan u bovendien niet opleggen om het verkeer  via uw netwerk te monitoren of te blokkeren.

Indien er inbreuken gepleegd worden via het netwerk, kan een rechtbank u wel verplichten om uw netwerk te beveiligen met een paswoord, waarbij de gebruikers van uw netwerk niet anoniem kunnen surfen.

De vraag stelt zich natuurlijk of deze maatregel wel effectief is. De toegang tot een WiFi-netwerk afhankelijk maken van het opgeven van de identiteit, houdt niet in dat de aanbieder van een WiFi-netwerk de identiteit van de gebruiker ook behoort te controleren.

Bovendien, eens de identiteit van de gebruikers in kwestie wordt gevraagd, is er sprake van de verwerking van persoonsgegevens en dient u rekening te houden met de Algemene Verordening Gegevensbescherming van 14 april 2016.

Wanneer u beslist om de identiteit op te vragen van de gebruikers van uw WiFi-netwerk, doet u er in dat geval goed aan om de toegang tot een WiFi-netwerk ook afhankelijk te maken van de toestemming met algemene gebruiksvoorwaarden en met een privacy-beleid.

25 oktober 2016

Lynn Pype - lynn.pype@peeters-law.be
Griet Verfaillie - griet.verfaillie@peeters-law.be

Leer meer over dit onderwerp : schrijf in op onze nieuwsbrief!

E-mail *