Sociaal Strafwetboek
geactualiseerd en gewijzigd

Het Sociaal Strafwetboek, dat inmiddels bijna 5 jaar
van toepassing is, werd grondig herzien, gecorrigeerd en geactualiseerd. Werkgevers riskeren zware sancties als
zij inbreuken plegen op het arbeidsrecht en het sociaal zekerheidsrecht. Opmerkelijk: ook werknemers
worden nu geviseerd.

De wet van 29 februari 2016 tot aanvulling en wijziging van het Sociaal Strafwetboek en houdende diverse bepalingen van het sociaal strafrecht (B.S. 21 april 2016) wijzigt het Sociaal Strafwetboek. Doel is het Sociaal Strafwetboek te actualiseren rekening houdend met de evoluties sinds de invoering ervan. De wijzigingen traden in werking op 1 mei 2016.

Over de invoering van het Sociaal Strafwetboek en de verschillende niveaus van de strafsancties zelf kan u meer lezen in een eerdere bijdrage door hier te klikken.

1. De evolutie van het Sociale Strafrecht : van een aantal losse wetten naar het Sociaal Strafwetboek

Voor de invoering van het Sociaal Strafwetboek waren de regels met betrekking tot de strafrechtelijke sanctionering van inbreuken op het arbeidsrecht en het sociaal zekerheidsrecht verspreid over verschillende wetten.

Door de invoering van het Sociaal Strafwetboek heeft de wetgever de administratieve en strafrechtelijke bestraffing gegroepeerd in één wetboek, dat bestaat uit twee delen, namelijk
(i) “Boek 1” dat preventie, vaststelling en bestraffing van inbreuken in het algemeen behandelt; en
(ii) “Boek 2” dat de inbreuken en hun bestraffing in het bijzonder behandelt, hetzij alle inbreuken op het sociaal recht en de sancties die eraan verbonden zijn.

2. Wijziging en actualisering van het Sociaal Strafwetboek

De wijziging en actualisering van het Sociaal Strafwetboek drong zich op zowel om een aantal onvolmaaktheden te corrigeren, als om het aan te passen aan nieuwe en gewijzigde bepalingen, die sedert de opstelling van het ontwerp ervan ingevoerd werden in het voortdurend evoluerend sociaal recht.

De wijzigingen die de wet van 29 februari 2016 doorvoert, hebben zowel betrekking op de bepalingen van Boek 1 als Boek 2 van het Sociaal Strafwetboek.

2.1 Boek 1 van het Sociaal Strafwetboek

De voornaamste wijzigingen die betrekking hebben op Boek 1 van het Sociaal Strafwetboek zijn de volgende:

Het beleid inzake preventie en toezicht op het werk wordt herzien;

De samenstelling van de Algemene Raad van Partners van de Sociale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (SIOD) wordt uitgebreid
1) door toevoeging van vertegenwoordigers van verschillende administraties die betrokken zijn in de strijd tegen sociale fraude;
2) door een versterking van de vertegenwoordiging van de overheden en instellingen, bevoegd inzake tewerkstellingsbeleid van buitenlandse arbeidskrachten; en
3) door een uitbreiding van de vertegenwoordiging van de meest representatieve werkgevers- en werknemersorganisaties;

De garanties met betrekking tot het toezicht en de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie worden herzien;

Het openbaar ministerie en de onderzoeksrechters krijgen toegang tot de databank van het e-PV, en dit zonder specifieke machtiging;

De zelfstandige zal op dezelfde manier worden behandeld als de werkgever, zijn lasthebber of aangestelde inzake dwangmaatregelen die door een sociaal inspecteur worden getroffen.

2.2 Boek 2 van het Sociaal Strafwetboek

De voornaamste wijzigingen die aangebracht zijn aan Boek 2 van het Sociaal Strafwetboek concentreren zich rond vijf thema’s:

Het Sociaal Strafwetboek wordt geactualiseerd door het invoeren van nieuwe strafbaarstellingen. Het betreft hier
- inbreuken op sociaalrechtelijke bepalingen die per vergissing niet werden opgenomen in het oorspronkelijk ontwerp van het Sociaal Strafwetboek; en
- inbreuken op sociaalrechtelijke bepalingen die in werking getreden zijn sedert de voorbereiding van dat oospronkelijk ontwerp van het Sociaal Strafwetboek.

Het Sociaal Strafwetboek wordt aangepast aan wijzigingen of opheffing van de desbetreffende sociale basiswetten;

Strafbaarstellingen, die bij vergissing in het Sociaal Strafwetboek werden opgenomen, worden opgeheven;

De termen “lasthebber of aangestelde” worden afgeschaft voor strafbepalingen die een sanctie van niveau 1 opleggen. Dit was nodig omdat  een administratieve boete enkel aan de werkgever kan worden opgelegd en niet aan zijn aangestelde of zijn lasthebber, zelfs als de inbreuk door zijn aangestelde of lasthebber werd gepleegd;

De structuur van het Sociaal Strafwetboek wordt verbeterd, diverse materiële fouten (typ-, woordenschat-, vertaalfouten) worden gecorrigeerd en de terminologie in het Sociaal Strafwetboek wordt verbeterd;

Hieronder geven we een korte bloemlezing omtrent enkele van de meest belangrijke wijzigingen aan Boek 2 van het Sociaal Strafwetboek:

(i) Wijzigingen met betrekking tot het welzijn op het werk

De regelgeving omtrent het welzijn op het werk werd in 2014 grondig aangepast.

Sedert 2014 moeten werkgevers tevens rekening houden met regels betreffende de preventie van psychosociale risico’s op het werk die de psychische gezondheidstoestand van hun werknemers zouden kunnen schaden (bijv. geweld, pesterijen op het werk, ongewenst seksueel gedrag, stress, burn-out, e.d.).

Hierbij moeten zij gebruik maken van een risicoanalyse die vervolgens wordt opgenomen in het globaal preventieplan van de onderneming.

Voor de wijziging van het Sociaal Strafwetboek kon de werkgever die zijn verplichtingen omtrent deze materie niet naleefde, enkel strafrechtelijk aansprakelijk worden gesteld op basis van artikel 128 van het Sociaal Strafwetboek. Voor het overige maakte het Sociaal Strafwetboek geen melding van bepalingen omtrent psychosociale risico’s.

Voortaan bevat het Sociaal Strafwetboek een resem van zeer expliciete, nieuwe strafbaarstellingen op de verplichtingen omtrent de psychosociale risico’s.

Bovendien moeten de coördinaten van de preventieadviseur, en in voorkomend geval de vertrouwenspersoon, die gespecialiseerd is in de psychosociale aspecten op het werk, specifiek worden vermeld in het arbeidsreglement.

De nieuwe wet sanctioneert tevens de inbreuken met betrekking tot het welzijn op het werk door de externe preventiediensten. Voortaan kunnen de externe preventiediensten dus rechtstreeks strafrechtelijk worden vervolgd op grond van het Sociaal Strafwetboek.

(ii) Uitzendarbeid

Tijdens de periode waarin de uitzendkracht bij de gebruiker tewerkgesteld is, wordt deze laatste voortaan gelijk gesteld met de werkgever voor wat betreft de naleving van de bepalingen betreffende de arbeidsduur, de feestdagen, de zondagsrust, moederschapsbescherming en alle andere maatregelen inzake gezondheid en veiligheid op het werk.

Voor inbreuken op deze beschermingsmaatregelen zal de gebruiker zelf dus voortaan strafrechtelijk aansprakelijk zijn.

(iii) Roken op het werk

De werkgever moet het recht om over rookvrije ruimten te beschikken waarborgen door het roken te verbieden in de werkruimten en de ruimtes voor sociale voorzieningen.  Hij moet ook derden informeren en alle elementen verwijderen die kunnen aanzetten tot roken. Onder bepaalde voorwaarden mag een rookruimte worden ingericht.

De inbreuken op deze bepalingen worden thans bestraft met een sanctie van niveau 3, en met sanctie niveau 4 wanneer ze gezondheidsschade of een arbeidsongeval tot gevolg hebben.

(iv) Onmiddellijke aangifte van tewerkstelling

Het gewijzigde Sociaal Strafwetboek voert tevens bijkomende sancties in op inbreuken betreffende de verplichtingen van de werkgever inzake de onmiddellijke aangifte van tewerkstelling (DIMONA).

De bijkomende sancties hebben betrekking zowel op de inbreuken bij de algemene DIMONA voor de gewone werknemers, als op inbreuken inzake de DIMONA-aangifte voor gelegenheids-werknemers in de land- en tuinbouwsector en de horecasector.

De inbreuken met betrekking tot de DIMONA-regels worden gesanctioneerd met sancties van niveau 4.

Een nieuwe sanctionering wordt ingevoerd voor de werknemer die  “wetens en willens” arbeid uitoefent wetende dat deze niet aangegeven is geweest. Deze inbreuk wordt bestraft met een sanctie van niveau 1.

(v) Gelegenheidsarbeid

Vanaf 1 mei 2016 wordt in het Sociaal Strafwetboek een nieuwe sanctionering van niveau 2 voorzien voor werkgevers uit de landbouw, tuinbouw, horeca of uitzendsector die gelegenheidsarbeiders tewerkstellen en zondigen tegen de regels inzake het afleveren en bijhouden van een gelegenheidsformulier.

Het gelegenheidsformulier is een formele verplichting voor werkgevers die genieten van een voordelige RSZ-onderwerping bij de tewerkstelling gedurende een aantal dagen per jaar van deze werknemers.

12 mei 2016

Leila Mstoian - leila.mstoian@peeters-law.be              
Marcel Houben - marcel.houben@peeters-law.be

Leer meer over dit onderwerp : schrijf in op onze nieuwsbrief!

E-mail *